In Kharkiv is de oorlog overal en richt woede zich op rekruteerders
In dit artikel:
In Kharkiv, vlak bij de Russische grens, raakt de oorlog steeds verder ingebed in het dagelijks leven. Oorlogsjournalist Hans Jaap Melissen sprak er met achterblijvers die gewend zijn geraakt aan bijna dagelijkse raketten, Shahed- en FPV-drones en zelfs antidronenetten boven wegen in de stad. Olena vertelt hoe zelfs tanken is veranderd: na het aansluiten van de slang wachten zij en de pompbediende op afstand uit angst voor bombardementen op tankstations, die volgens inwoners een Russische vergelding zijn voor Oekraïense aanvallen op Russische olie-infrastructuur.
De oorlog is ook voelbaar rond het front bij Kupiansk, waar inwoners uit dorpen op de vlucht slaan voor zware bombardementen. In een opvangcentrum vertelt Anna dat haar dorp voortdurend wordt bestookt. Ondertussen worstelt militair Bohdan, die zich in het begin van de invasie vrijwillig meldde, met uitputting maar kan hij niet stoppen omdat Oekraïne alle manschappen nodig heeft.
Een groot spanningspunt blijft de dienstplicht. In Kharkiv roept de aanwezigheid van rekruteerteams veel woede op; mannen willen niet zomaar van straat worden meegenomen en er zijn al aanvallen geweest op wervers. Rekruteerder Sergei zegt bang te zijn voor volkswoede en merkt dat de sfeer snel kan omslaan. Toch ziet hij geen snelle afloop van de oorlog.
Ook het reizen per trein is minder veilig geworden. Tijdens het vertrek uit Kharkiv moet de intercity plotseling stoppen omdat er drones onderweg zijn; passagiers stappen rustig uit en schuilen naast de trein. Even later wordt een drone in de lucht neergehaald. Het stuk schetst zo hoe in Kharkiv telkens een nieuw, grimmiger normaal ontstaat.
De Oranjezomer: Maurice Steijn krijgt moeilijke vraag over zoon Sem: ‘Pfoe!’