In jeugdzorg wordt telkens het stokje doorgegeven, maar niemand heeft de regie
In dit artikel:
De zaak in Stadskanaal — waarin twee vrouwen zijn aangehouden op verdenking van ernstige kindermishandeling van een zesjarig meisje en een zevenjarige jongen — heeft opnieuw het falen van het jeugdzorgstelsel in Nederland blootgelegd. Het meisje was onder meer zwaar verwaarloosd, meerdere keren vastgebonden en kreeg haar eigen braaksel te eten; in februari werd ze zelfs in een kunstmatige coma behandeld. Naar verluidt had Veilig Thuis al meerdere meldingen over het gezin ontvangen. De Inspectie Gezondheid en Jeugd onderzoekt de zaak.
In de Tweede Kamer riepen vragen op hoe vaak zulke gevallen nog moeten gebeuren voordat het systeem verandert. Deskundigen wijzen op een fundamenteel probleem: de jeugdzorg werkt als een estafettemodel. Wanneer er zorgen zijn, komen meldingen binnen bij Veilig Thuis (door ouders zelf of derden zoals school, huisarts, politie), waarna het gezin via een keten van instanties beweegt — gemeente en wijkteam, Raad voor de Kinderbescherming, kinderrechter en eventueel jeugdbescherming met een gezinsvoogd. Iedere schakel heeft wettelijke taken; wanneer een organisatie klaar is, draagt zij het ‘stokje’ over.
Die opdeling leidt tot versnippering en vertragingen. Verantwoordelijkheden overlappen, organisaties weten niet altijd wat anderen doen en er ontstaan wachttijden bij elke stap. Daardoor kan cruciale informatie verouderen en raken gezinnen soms uit beeld. Vooral bij gezinnen die hulp weigeren is het risico groot dat niemand de regie neemt, aldus juristen en onderzoekers. Ook verschillen tussen gemeenten in inkoop en werkwijze van wijkteams, capaciteitsproblemen en personeelstekorten verergeren de situatie.
Al jaren verschijnen rapporten die hetzelfde patroon signaleren en alle betrokken partijen erkennen de urgentie. Er bestaan wel toekomstscenario’s en proeftuinen waarin Veilig Thuis, de Raad en jeugdbescherming nauwer samenwerken. De Raad voor de Kinderbescherming wil echter haar onafhankelijkheid behouden, waardoor integratie stroef verloopt. Andere voorgestelde veranderingen — bijvoorbeeld het uitbreiden van bevoegdheden van Veilig Thuis zodat die directer met kinderen kan spreken of spoedmaatregelen kan besluiten — zouden wetswijzigingen en daardoor veel tijd vergen.
Experts noemen de transitie ingrijpend: organisaties met soms eeuwenoude werkmethodes moeten hun rol veranderen, wat een langdurig proces van leren en aanpassen is. Tegelijkertijd komt er veel meldingen binnen bij Veilig Thuis, waardoor prioritering van acute gevallen essentieel maar lastig is. In het specifieke geval van Stadskanaal merkt men dat een directe verklaring van een kind plus melding van school prioriteit had moeten krijgen; of die kans gemist is door Veilig Thuis of ergens later in de keten blijft hangen, wordt nog onderzocht.
Kortom: er is brede erkenning van structurele tekortkomingen, enkele pilots en voorstellen bestaan, maar politieke aandacht, wettelijke aanpassingen en ingrijpende organisatorische veranderingen zijn nodig — en die zullen nog jaren vergen voordat ze effect sorteren.