In Japan is Engels doceren een enkele reis naar armoede
In dit artikel:
In Kyoto voeren jonge Britse taalassistenten die als juniordocenten Engels werken actie nadat hun salaris dit jaar zonder overleg met tientallen procenten werd verlaagd. Kellan Fisher (32) en Beatrice Baker (31) behoren tot zeven van tien werknemers bij uitzendbureau Altia Central Recruiting die een staking organiseerden om loonherstel en duidelijkheid over arbeidsvoorwaarden af te dwingen. De zaak kreeg landelijke media-aandacht en dwong het bureau de lonen voor die zeven terug te zetten naar het oorspronkelijke niveau, maar achterstallig loon en eindejaarsuitkeringen zijn niet uitgekeerd. Onderhandelingen lopen nog en de stakers vrezen contractbeëindiging of herplaatsing naar afgelegen locaties.
Het conflict staat in een bredere context: sinds 1987 haalt Japan via programma’s taalassistenten (ALT’s) uit het buitenland om Engels en internationale cultuur op scholen te brengen. Slechts een minderheid werkt via het officiële JET-programma, dat redelijkere voorwaarden biedt; in 2022 waren van circa 19.000 ALT’s iets minder dan 5.000 via JET geplaatst. De meerderheid werkt via commerciële uitzendbureaus, die vaak tijdelijke jaarcontracten en lagere lonen geven. Fisher en Baker ontvingen eerst ongeveer 330.000 yen per maand, zakten daarna naar 240.000 yen en zagen dit jaar hun brutoloon eenzijdig dalen naar 210.000 yen.
Tegelijkertijd steeg het gemiddelde Japanse maandloon naar rond 398.000 yen en kregen veel Japanse werknemers dit jaar compensatie voor hoge inflatie. Voor buitenlandse docenten betekent de lagere beloning vaak krappe financiën en weinig mogelijkheden om te sparen. Ze werken doorgaans zonder vast contract, wat het moeilijk maakt een langer verblijf in Japan te regelen: zonder stabiel dienstverband is het lastig een langetermijnvisum te verkrijgen. Die afhankelijkheid van werkgevers draagt bij aan terughoudendheid om misstanden aan te kaarten.
De stakers riepen hulp in van een lokale vakbond en wijzen erop dat eenzijdige loonsverlagingen volgens de Japanse wet illegaal zijn, maar dat een rechtszaak tijd en geld kost dat zij niet hebben. Het uitzendbureau weigerde commentaar op vragen over de onderhandelingen en mogelijke represailles. De betrokken docenten verwachten dat contracten mogelijk niet worden verlengd of dat zij naar minder aantrekkelijke werklocaties worden gestuurd; collega’s hebben in het verleden meerdere keren moeten verhuizen.
De zaak belicht structurele problemen in het gebruik van buitenlandse docenten in Japan: veel jong talent wordt aangetrokken door affiniteit met de cultuur en het onderwijs, maar werkt vervolgens in precair dienstverband zonder arbeidszekerheid of gelijke behandeling. De recente acties tonen dat georganiseerde druk effect kan hebben, maar ook dat herstel beperkt blijft zolang rechtspositie en lange termijnzekerheid van ALT’s niet structureel worden verbeterd.