In 'Hope' is een eenheid gesmeed die individuele expressie in de weg staat
In dit artikel:
Hope is een gezamenlijke voorstelling van het Groningse Nite en het Thalia Theater, gespeeld door een tienkoppig collectief dat verrassend één geheel lijkt ondanks de verschillende werkvormen van beide gezelschappen. Gepresenteerd op 7 januari 2026, zet het stuk een fictieve dansgroep centraal die in onenigheid verzandt nadat de choreograaf wil verbeelden dat de mensheid naar een wereldramp toe beweegt; geruchten dat het een soloshow wordt, wakkeren discussies aan over machtsmisbruik, wantrouwen en mogelijke opstand.
Visueel springt Maison the Faux eruit met vaalroze, genderfluïde kostuums: tutu’s, overhemden, repeterende slobberkleding en excentrieke schoudervormen die feestelijk én vervaagd ogen. Het spel mengt Nederlands, Duits en Engels — boven het podium worden vertalingen getoond — en wordt ondersteund door een liveband die soms sfeerstuwend werkt. Sterke momenten zijn er: Nimuë Walraven zingt intens, Maike Knirsch geeft de emotioneel geladen choreograaf overtuigend gestalte, en een duet tussen Bram van der Heijden en Rosie Reith biedt tedere fysieke spanning. Ook Bien de Moor tekent voor een mysterieuze barvrouw en Tilo Werner levert een interessante tekstsolo.
Toch valt de voorstelling teveel terug op middelmaat zodra het hele ensemble in beweging komt: apocalyptische taferelen voelen plat en paniekerig, het ruimtegebruik is onhandig en gespreksscènes blijven statisch en afstandelijk. De tekst van Maria Milisavljević blijft vaak in algemeenheden hangen, waardoor de interne crisis van de groep weinig geloofwaardig overkomt. Regisseur Guy Weizman en choreograaf Roni Haver tonen technisch vernuft, maar hier ondermijnt de beoogde eenheid juist de individuele verbeeldingskracht van de spelers.