In het onderhandelingsspel rond Oekraïne dingt iedereen naar de gunst van Trump
In dit artikel:
Vier partijen domineren de vredesgesprekken deze week in Genève: de Verenigde Staten, Europa, Oekraïne en Rusland. Elk voert eigen drukmiddelen aan: Washington zet politieke invloed, sanctiedruk en de belofte of dreiging van wapen- en inlichtingensteun in; Europa zoekt via diplomatie en financiële middelen stabiliteit en gerechtigheid; Oekraïne vecht voor zijn voortbestaan en probeert draagkracht en weerbaarheid te tonen; Rusland tracht met militair dreigement en financiële prikkels zijn oorlogscijfers in een vredesakkoord te verzilveren.
De machtsdynamiek is gespannen en fragmentair. De VS onder president Trump presenteren zich als initiatiefnemer, maar de interne besluitvorming oogt chaotisch: een controversieel 28-puntenplan—dat brede kritiek kreeg als te veel toegevend richting Moskou—werd begin deze week teruggebracht tot negentien punten. Het plan lijkt deels door zakelijke en pro-Trump-netwerken te zijn vormgegeven (met betrokkenheid van figures als Steve Witkoff en Jared Kushner) en bleek mede via de Russen naar buiten te zijn gespeeld. Binnen Team Trump speelt een machtsstrijd tussen meer Kremlin-kritische figuren zoals minister Marco Rubio en isolationistische stemmen rond vicepresident JD Vance; laatstgenoemden lijken momenteel meer invloed te hebben op het Oekraïne-beleid.
Rusland stuurt in deze ronde Kirill Dmitriëv, een financier en directeur van het Russische investeringsfonds, waardoor Moskou de gesprekken als gelegenheid positioneert voor economische transacties en investeringsvoorstellen—een aanpak die inspeelt op Trumps zakelijke focus. Toch blijft Vladimir Poetin de uiteindelijke beslisser; Dmitriëv fungeert vooral als boodschapper. Sergej Lavrov, de gezaghebbende minister van Buitenlandse Zaken, viel de afgelopen weken minder op, wat leidt tot speculatie over zijn rol binnen het Kremlin.
Europa staat stevig achter Oekraïne maar heeft geen aparte zetel aan het Amerikaanse overlegtafel. De EU presenteerde een eigen 24-puntenplan dat inzet op duurzame vrede met aandacht voor gerechtigheid en pleit ervoor om bevroren Russische tegoeden te gebruiken voor wederopbouw van Oekraïne. Dat idee schijnt aantrekkelijk voor Washington, maar in het Amerikaanse voorstel probeerde Washington zich het beheer van dergelijke fondsen toe te eigenen. Europese leiders, onder wie António Costa en Ursula von der Leyen, en initiatiefnemers als Emmanuel Macron en Keir Starmer, proberen de dialoog richting een duurzame en beschermde oplossing te sturen — waaronder plannen voor een garantie- of vredesmacht na een staakt-het-vuren.
Aan Oekraïense kant voeren spelers als Andri Jermak (stafchef van Zelensky) en Roeslan Oemerov (secretaris van de Nationale Veiligheidsraad en voormalig minister van Defensie) het woord. Oekraïne balanceert tussen het tonen van dankbaarheid en loyaal steunbetuigen richting Washington en het benadrukken van de eigen bereidheid om door te vechten als dat nodig is. De oorlogsmachine van Kyiv produceert steeds meer eigen wapens (drones, raketten), wat de onderhandelingspositie verstevigt. Tegelijk hang de binnenlandse corruptiezorg boven de gesprekken: het recente schandaal rond Timoer Minditsj en de oproepen om verantwoordelijkheid van hoge functionarissen zorgden voor politieke onrust en het risico op afleiding van de internationale onderhandelingslijn.
De samengebrachte spelers tonen verschillende prioriteiten: Rusland wil maximale concessies en gebruikt zowel militair als financieel drukmiddel; de VS zoeken een snelle ‘deal’ die naast politiek ook economische voordelen kan bieden; Europa streeft naar langdurige veiligheid en herstel; Oekraïne eist zekerheid voor zijn voortbestaan en rechterlijke waarborgen. De uitkomst van de gesprekken zal daarom afhangen van wie bereid is risico te lopen—vooral of Oekraïne kan en wil blijven vechten bij gebrek aan een eerlijk akkoord—en van interne politieke balans binnen Washington en Moskou.