In het coalitieakkoord lijkt politiek van de uitgestoken hand verdacht veel op die van de opgestoken middelvinger
In dit artikel:
Een rechtse minderheidsregering die zichzelf als middenvoet presenteert, maar beleid voert dat vooral lasten bij burgers en kwetsbaren legt: dat is de kern van de kritiek op het nieuwe coalitieakkoord uit februari 2026. Bij de presentatie viel het woord “samen” 31 keer; aankomend premier Rob Jetten spreekt van een “politiek van de uitgestoken hand”. Tegelijkertijd bevatten de plannen bezuinigingen die grote groepen raken, terwijl bedrijfsleven, vermogenden en huiseigenaren relatief ongemoeid blijven. Afgelopen afspraken met vakbonden over pensioenen en AOW worden zelfs terzijde geschoven.
Politieke retoriek van saamhorigheid werkt hier ook strategisch: door zich als redelijk en compromisbereid voor te doen kan de minderheidsregering oppositiepartijen tekort doen laten komen in het licht van de kiezer. Critici zien dit als een bewuste machtszet: wie nee zegt op het akkoord wordt neergezet als spelbreker ondanks het feit dat veel maatregelen eenzijdig zijn opgesteld. Directe lof van strategen zoals oud‑VVD-campagnestrateeg Jan Driessen illustreert hoe de presentatie van consensus politieke druk kan versterken.
Historische parallellen worden getrokken met het eerste kabinet‑Lubbers (1982) en de BV‑Nederland‑metafoor: het land besturen als één onderneming waarbij sociale voorzieningen dienstbaar zijn aan concurrentiekracht en marktwerking. Net als toen spelen externe rapporten een rol bij beleidsvorming: nu leverde ASML‑topman Peter Wennink input die in het akkoord doorklinkt; destijds waren het rapporten van Shell‑chef Gerrit Wagner die het regeringsbeleid richting loonmatiging en deregulering ondersteunden. Het uitbesteden van omstreden keuzes aan ‘expertcommissies’ maakt die besluiten politiek minder kwetsbaar.
Het artikel concludeert dat we eerder een bijstelling van het neoliberale beleid zien dan een definitief afscheid ervan. Debatten over “post‑neoliberalisme” en meer industriepolitiek gaan gepaard met voorstellen voor investeringen, maar ook met grootschalige deregulering en marktmechanismen. Het nieuwe kabinet past binnen die bredere trend: een combinatie van retoriek over gemeenschapszin en praktische keuzes die de markt en bezuinigingen centraal stellen — sociaal draagvlak wordt gevraagd, maar niet altijd door beleidsmakers zelf getoond.
Vandaag Inside: Tina Nijkamp durft niet meer op Veluwe te wandelen: 'Bang dat ik word aangevallen door wolf'