In 'Het boek van de verdwijning' blijft Israël na het raadselachtige vertrek van alle Palestijnen achter in verwarring

woensdag, 5 augustus 2026 (12:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

In Ibtisam Azems roman *Het boek van de verdwijning*, oorspronkelijk verschenen in 2014 en nu in Nederlandse vertaling gepubliceerd, verdwijnen op een dag alle Palestijnen uit het gebied tussen de rivier en de zee. De roman onderzoekt wat die onverklaarbare gebeurtenis blootlegt over de verwevenheid van Palestijnse en joodse levens in Israël.

De belangrijkste hoofdpersoon is Ariël, een oudere, liberale joodse journalist uit Tel Aviv. Hij heeft goede contacten binnen het Israëlische leger en is bevriend met zijn Palestijnse buurman Alaa. Wanneer Alaa en alle andere Palestijnen verdwijnen, voelt Ariël zich niet alleen persoonlijk verlaten, maar ziet hij het ook als zijn journalistieke taak het mysterie te verklaren. In Alaas appartement vindt hij diens dagboek, waarin de Palestijn zijn ervaringen en gevoelens beschrijft zonder rekening te houden met een joodse lezer.

Alaas notities draaien om verlies, vervreemding en de Nakba van 1948. Hij rouwt om zijn grootmoeder, die uit Jaffa werd verdreven, en om de stad zelf, die door veranderde straatnamen en nieuwe bewoners onherkenbaar is geworden. Dat gevoel wordt verbonden met het Palestijnse begrip *ghorba*: je een vreemdeling voelen in je eigen land, omdat je thuis ingrijpend is veranderd. Alaa omschrijft het als wees worden van een land waarin je nog steeds woont. Jaffa, ooit bekend als ‘Moeder der vreemdelingen’, staat daarmee symbool voor de vervreemding van Palestijnen die er nog wonen.

De eerste helft van de roman laat vanuit het perspectief van verschillende joodse Israëliërs zien hoe afhankelijk hun dagelijks leven van Palestijnen is. Een chirurg verschijnt niet bij een operatie, een bloemist mist zijn werknemers en iemand wacht vergeefs op zijn Palestijnse buschauffeur. Ook blijven huizen achter met gedekte tafels, ingeschakelde televisies en de geur van versgezette kardemomkoffie. De aanvankelijke angst — mogelijk gaat het om een staking of een aanval — maakt plaats voor verwarring en bij sommigen zelfs een heimelijke opluchting. De verdwijning laat zo zien hoe Palestijnen tegelijk worden buitengesloten en onmisbaar zijn.

Volgens Azem gaat het boek niet in de eerste plaats over de wens om Palestijnen te laten verdwijnen, maar over de manier waarop zij met verlies omgaan. Toch worden joodse Israëliërs door de verdwijning kortstondig deelgenoot van hun gevoel van *ghorba*. Ariël krijgt toegang tot Alaas diepste gedachten, maar blijkt diens eenzaamheid en historische perspectief slechts moeizaam te kunnen begrijpen. De roman verwijst daarbij naar Palestijnse literatuur over de Nakba en naar de blijvende gevolgen daarvan voor volgende generaties.

De recensie prijst vooral de korte scènes waarin de maatschappelijke gevolgen van de verdwijning zichtbaar worden. Bij terugkerende personages dreigen volgens de recensent echter gemeenplaatsen en houterige dialogen; Azems kracht ligt meer in het centrale idee dan in haar stijl. Omdat het verhaal zich in slechts enkele dagen afspeelt, blijven de langetermijngevolgen — vrede, maatschappelijke instorting of burgeroorlog — buiten beeld.

Tot het einde blijft onduidelijk wat er met de Palestijnen is gebeurd. Misschien zijn ze zelf vertrokken en hebben ze daarmee hun lot in eigen handen genomen. Voor de achterblijvers betekent hun verdwijning in elk geval dat er fundamenteel is gefaald: een samenleving blijkt een deel van zichzelf te hebben verloren.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Chris Woerts haalt uit: ‘De KNVB heeft boter op het hoofd!’