In Europa regeert te vaak de angst dat we ons grote investeringen niet kunnen veroorloven
In dit artikel:
Europa staat voor een tweesprong: grote investeringsbehoeften op het gebied van klimaat, veiligheid en sociale voorzieningen tegenover de vrees voor oplopende staatsleningen en rentes. In Nederland is de netto staatsschuld met circa 44% van het bbp relatief laag en de rente rond de 3%, maar dat biedt geen garantie zolang de rentes internationaal stijgen en begrotingstekorten blijven bestaan.
Overheden dekken tekorten met obligaties die op financiële markten worden verkocht aan pensioenfondsen, banken en andere beleggers. Als marktpartijen het vertrouwen verliezen, stijgt de rente die een staat moet betalen en kan financiering problematisch worden. Landen met hoge schulden, zoals Frankrijk (circa 118% van het bbp), zorgen voor ongerustheid; het Verenigd Koninkrijk (rond 103%) herinnert aan september 2022, toen een plotselinge begrotingsaankondiging onder premier Liz Truss de rente fors opdreef (van ongeveer 3,8% naar 5,1%) voordat de Bank of England ingreep en obligatieaankopen inzette om de markt te sussen.
De les uit zulke crises is dat markten niet autonoom de grens trekken voor wat een staat nog kan betalen: krachtige centrale banken bepalen in hoge mate de spelregels. Tijdens de eurocrisis daalde de druk op Spanje en Italië nadat toenmalig ECB-president Mario Draghi verklaarde dat de bank alles zou doen om de obligatiemarkt te stabiliseren, waardoor rentes zakten. Zolang centrale banken bereid en in staat zijn staatsobligaties te kopen, blijft particuliere beleggersvertrouwen houdbaar en kunnen overheden beter plannen.
Dat gegeven maakt ruimte voor een ander politiek uitgangspunt: investeren waar het maatschappelijk nodig is, in plaats van schijnbaar deterministische bezuinigingen uit angst voor de markt. Artikel 127 van het Verdrag van Lissabon geeft de ECB een rol om het EU-beleid te ondersteunen, wat politiek en monetaire instrumenten koppelt. Als regeringen en centrale banken hun instrumentarium kundig en doelbewust inzetten, kunnen Europa en Nederland meer investeringen dragen dan vaak wordt aangenomen.