In een halfuurtje van Amsterdam naar Parijs? Het lijkt inderdaad te mooi om waar te zijn
In dit artikel:
Binnen een maand vroegen de twee toonaangevende Europese hyperloopbedrijven faillissement aan: het Rotterdamse Hardt Hyperloop (opgericht in 2017 door studenten van de TU Delft) en het iets oudere Spaanse Zeleros. De ontwikkelingen doen de belofte van ultrasnelle buizenshuttles — denk aan Amsterdam–Parijs in een halfuur bij 700 km/u — ernstig wankelen.
Experts wijzen vooral naar de financiële kant: volgens Maarten Steinbuch (TU/e) ontbreekt er “een economisch model.” Een hyperloop vereist volledig nieuwe infrastructuur en stations; kosten moeten volgens hem met 80–90% omlaag om te concurreren met bestaande hogesnelheidslijnen, terwijl in de praktijk slechts besparingen rond 20% haalbaar lijken. Hardt kampte concreet met het uitblijven van vervolgfinanciering uit Europa en signalen van onvoldoende politieke wil in Brussel. Ook particuliere investeerders tonen terughoudendheid.
Toch is technisch niet niets bereikt. Europa investeerde miljoenen in proeven, onder meer het 420 meter lange European Hyperloop Center in Veendam, dat Hardt gebruikte. Studententeams van TU Delft boekten ook vooruitgang: in de zomer van 2024 ontwikkelde Delft Hyperloop een baanwissel, waardoor capsules niet alleen rechtdoor maar ook kunnen afslaan. Vacuümcapsules hebben daarnaast het voordeel geen fossiele brandstoffen nodig te hebben.
De faillissementen betekenen dus een flinke terugslag voor commerciële partijen, maar niet het einde van onderzoek. Elise Terwogt, teamcaptain van het nieuwe Delft-team, betreurt het verdwijnen van bedrijven maar zet door: hun focus ligt nu op de duurzaamheid en uithoudingsvermogenstests in Veendam. Conclusie: de technologie boekt voortgang, maar zonder een realistische, betaalbare businesscase blijft grootschalige toepassing onwaarschijnlijk.