In Drenthe wordt al 60 jaar gezocht naar neanderthalers. 'We boren tot het grondwater'
In dit artikel:
Op een akker bij Norg boren archeologen momenteel naar sporen van neanderthalers die hier zo’n 50.000 jaar geleden leefden. Onder leiding van onderzoeksbureau De Steekproef brengen veldwerkers met handboren op korte afstand van elkaar grondmonsters naar boven uit de beekdalafzettingen van het 20 hectare grote perceel langs het Oostervoortsche Diep, dat onlangs door de provincie Drenthe is verworven. Doel is niet zozeer meteen stenen werktuigen opsporen, maar het landschap en klimaat van toen tot in detail te reconstrueren: welke planten er groeiden, hoe het water liep en hoe neanderthalers het terrein mogelijk gebruikten.
De boormonsters worden laag voor laag beschreven (kleur, korrelgrootte, textuur) en in buisjes opgeslagen voor microscopische en laboratoriumanalyse. Archeobotanicus Arnoud Maurer onderzoekt stuifmeel, zaden en vruchten om een klimaatreconstructie te maken; hij verwacht onder meer duindoorn, berk en kruipwilg. In januari toonde één boormonster al een uitzonderlijke vondst: een bewerkt stuk steen — volgens De Jong “once in a million” — maar de huidige boorcampagne leverde vooral organisch materiaal op. De boringen vormen als het ware “pixels” waarmee onderzoekers een hoge resolutie van het oude beekdal willen samenstellen; hoe finer de boringen, hoe gerichter en goedkoper toekomstige opgravingen gericht kunnen worden.
Het veldonderzoek bouwt voort op jarenlang oppervlakteonderzoek: sinds 2007 zijn tijdens systematische zoektochten en veldverkenningen meer dan 350 neanderthalerartefacten opgegraven, waaronder ruim 40 vuistbijlen; een opgraving in 2011 leverde nog eens zo’n 300 artefacten. Vindtconcentraties A, B en C liggen verspreid over de 800 meter lange akker, waarbij concentratie A het meest zichtbaar is met een groot aantal vuistbijlen. Amateur-archeologen en vrijwilligers spelen een grote rol bij de oppervlaktevondsten; zij scharrelen regelmatig stenen op, maar deskundigen keuren veel vondsten ook af als natuurlijke vorstsplijtingen of andere niet-bewerkte stollingssporen.
De boringen zijn voorbereiding op daadwerkelijke opgravingen die, afhankelijk van de analyse en datering van de plantenresten en andere aanwijzingen, mogelijk volgend jaar kunnen beginnen. Dat dateringstraject is cruciaal: beekdalen zijn dynamisch; sedimentlagen verplaatsen en vervormen zich, waardoor de positie en ouderdom van vondsten nauwkeurig vastgesteld moeten worden voordat grootschalig wordt gegraven. Als men eenmaal graaft wil men onder meer weten of er slachthandelingen of andere menselijke activiteiten te herkennen zijn — momenteel is dat nog onderwerp van hypothese en onderzoek.
Het onderzoek bij Norg krijgt plaats in de schaduw van een bekende Drentse affaire: zestig jaar geleden veroorzaakte amateurarcheoloog Tjerk Vermaning een storm van opwinding met grote vondsten bij Hoogersmilde die later als vervalsingen werden ontmaskerd. Het huidige project wordt juist gepresenteerd als ‘het echte werk’: systematisch, multidisciplinair en met strikte documentatie, bedoeld om onomstotelijke wetenschappelijke reconstructies van het neanderthalerlandschap te leveren. Resultaten van de boringen en nadere analyses worden de komende maanden verwacht; publicatie en vervolgonderzoek – mogelijk opgravingen – hangen af van wat die monsteranalyses aantonen.