In deze podcast is het alsof je naast Jules de Corte zit terwijl hij op een cassettebandje een nieuw lied inspeelt

maandag, 16 februari 2026 (17:34) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

In een aflevering van de podcast De Rob Touber Sound klinkt dertig jaar na zijn overlijden nog altijd de karakteristieke stem van Jules de Corte (geb. 29 maart 1924). De podcastmakers Frank Jochemsen en Jim Immig lichten hiermee een van de vele deuren open die het recent teruggevonden oeuvre van de veel te vroeg gestorven producer en televisiemaker Rob Touber ontsluit. Touber, die in 1975 op 38‑jarige leeftijd overleed tijdens het werk aan een tv‑show, maakte in een korte periode een omvangrijk, maar grotendeels weggevaagd archief dat de makers dankzij speurwerk en geluk grotendeels hebben weten te reconstrueren: meer dan vijfhonderd luisterliedjes met een herkenbare ‘Rob Touber Sound’.

De aflevering zoomt vooral in op De Corte: een blinde liedjesschrijver en zanger die als kind in het katholieke blindeninstituut De Wijnberg in Grave opgroeide en uitgroeide tot een productieve tekstschrijver en componist. Zijn stem — bedachtzaam, warm en licht ironisch — is te horen op een cassette met demo’s die Touber had gebruikt voor televisieproducties. Soms stuurde Touber zulke bandjes niet terug, waardoor deze opnames nu behouden zijn gebleven.

De tapes bevatten zowel bekende hits als minder gehoorde, maatschappijkritische nummers. De Corte had in 1957 succes met bijvoorbeeld “Ik zou wel eens willen weten”, maar hij schreef ook scherpere nummers die sociale taboes aansneden. Een demo uit 1970, later uitgevoerd met Gerard Cox in een Touber‑show, stelt de massamedia aan de kaak; andere liedjes behandelen interreligieuze huwelijken en de maatschappelijke uitsluiting van homoseksuelen. Omdat De Corte zelf in dienst was bij de katholieke omroep KRO mochten bepaalde nummers niet door hemzelf worden gezongen, waardoor collega‑artiesten als Adele Bloemendaal ze voor de camera zongen — of De Corte ze in het verborgene opnam.

De podcastaflevering en het herontdekte Touber‑archief bieden niet alleen nostalgie, maar ook historisch inzicht: elke opname fungeert als venster op de verzuilde Nederlandse samenleving en op de grenzen die artiesten destijds ondervonden. Met de reconstructie van Toubers werk keren vergeten stemmen en teksten terug in het publieke geheugen en wordt tevens duidelijk hoe kwetsbaar audiovisueel erfgoed ooit was — en hoe belangrijk actief bewaren en terugvinden daarvan kan zijn.