In deze boeken heeft jeugdtrauma niet het laatste woord

vrijdag, 5 juni 2026 (07:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Een op de vijf Nederlanders kampt met een jeugdtrauma; twee recente boeken benaderen dat thema op verschillende manieren. Psychiater en hoogleraar Christiaan Vinkers schreef Littekens uit je jeugd, een breed onderbouwd overzicht van onderzoeksbevindingen. Schrijver Jozef Overeem publiceerde Was je maar nooit geboren, een autobiografische reconstructie van zijn eigen jeugd en herstelproces. Samen belichten ze zowel de feiten als de beleving van jeugdtrauma en roepen op tot meer aandacht in de geestelijke gezondheidszorg en in sociale netwerken.

Vinkers schetst jeugdtrauma als het samenvallen van een overvloed aan schadelijke ervaringen (mishandeling, misbruik, schelden) en een tekort aan ondersteunende elementen (liefde, voorspelbaarheid, troost). Trauma ontstaat doorgaans in sociale situaties en niet door een enkel incident: het gaat om herhaald ontwrichtend gedrag dat niet door een betrouwbare volwassene wordt gebufferd. Hij noemt ook risicofactoren zoals armoede en echtscheiding, en benadrukt dat aanleg en context bepalen hoe sterk de schade is. In de 21e eeuw vormen juist welvaart en prestatiedruk nieuwe bronnen van leegte — gebrek aan tijd, aandacht en troost — die schadelijk kunnen zijn voor kinderen.

Vinkers legt vele onderzoeksresultaten voor: onder zwaar gewonde kinderen onder vijf jaar vormt kindermishandeling een groot aandeel; mensen met jeugdtrauma lopen een verhoogd risico om later zowel dader als slachtoffer van criminaliteit te worden; bij 75 procent van degenen met chronische depressie speelt jeugdtrauma een rol. Hij laat zien hoe trauma perceptie en sociale verwerking verandert — bijvoorbeeld door neutrale gezichten sneller als bedreigend te interpreteren — maar ook dat herstel mogelijk is. Therapeutische interventies en een ondersteunend netwerk kunnen helpen; meestal is dat herstel niet lineair maar wel haalbaar. Vinkers kritiseert dat de ggz trauma nog vaak onderschat en pleit voor meer erkenning en gerichte zorg.

Overeem beschrijft in zijn boek zijn persoonlijke ervaring met emotionele verwaarlozing: een afwezige vader, een emotioneel instabiele moeder en rivaliteit binnen het gezin. Zijn relaas maakt de pijn en alledaagse gevolgen van zo’n jeugd tastbaar, en het herstelproces wordt open en eerlijk geschetst: vaak vallen en weer opstaan, met terugvallen die door onveiligheid vertrouwd voelen. Tegelijk krijgt Overeems boek kritiek op stijl en op inhoudelijke uitwijdingen (onder meer zijn corona-opvattingen en scherpe oordelen over vroegere partners) die het verhaal soms fragmentair en dagboekachtig doen overkomen; daardoor zou de impact van zijn getuigenis deels verloren gaan. Korte bijdragen van experts in zijn boek geven wel extra context.

De twee boeken vullen elkaar aan: Vinkers biedt de empirische kaders en cijfers, Overeem levert het indringende praktijkvoorbeeld. Beide auteurs trekken dezelfde conclusie: jeugdtrauma heeft verstrekkende gevolgen, maar het is geen onherstelbare veroordeling. Met meer aandacht binnen de ggz en sterkere sociale netwerken — soms al één betrouwbare volwassene kan het verschil maken — kunnen veel problemen worden voorkomen of behandeld.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Bart Verbruggen ging flink tekeer: 'Ik probeerde iedereen heel scherp te houden'