In debat over normalisering geweld laat Kamer FVD niet meer links liggen
In dit artikel:
Afgelopen dinsdagavond stond FVD-fractieleider Lidewij de Vos ruim een uur centraal in een scherp debat over de normalisering van geweld, nadat signalen opdoken dat extreemrechtse groepsvorming betrokken was bij anti-azc-protesten in Loosdrecht. Kamerfracties van links tot rechts probeerden De Vos herhaaldelijk te bewegen zich te distantiëren van zowel de gewelddadigheden als van extreemrechtse denkbeelden; zij weigerde dat te doen. Hoewel ze het geweld veroordeelde, legde ze ook de schuld deels bij het regeringsbeleid en aarzelde ze bij expliciete veroordelingen van extreemrechts gedachtegoed.
De Kamerinzet tegen FVD kwam niet uit de lucht vallen: in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen bleken meerdere FVD-kandidaten banden te hebben (gehad) met extreemrechtse groeperingen, en de partij boekte winst in veel gemeenten. Daarnaast is er zorg over het gebruik van termen als "remigratie" en "omvolking"; de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) waarschuwt dat zulke taal kan bijdragen aan normalisering van extreemrechts gedachtegoed.
Jan Paternotte (D66) en andere fractieleiders probeerden met gerichte vragen De Vos tot duidelijkheid te dwingen, maar het debat ontaardde in een confrontatie waarin zij veel vragen ontweek en geen afstand nam van controversiële terminologie. Linkse partijen, onder wie GroenLinks, bestempelden het optreden van De Vos als een openbaring van de ware aard van FVD en waarschuwden dat normalisering van deze ideeën gevaarlijk is voor het publieke debat. Premier Rob Jetten had gehoopt op een bijna-Kamerbrede veroordeling van het geweld, maar die kwam er niet.
Het debat legde ook de vraag op tafel of de coalitie en het kabinet nog kunnen samenwerken met de rechtse afsplitsing Groep Markuszower, nadat Gidi Markuszower recent in opspraak raakte door uitspraken over geweld tegen Palestijnen en het gebruik van het begrip "omvolking". D66, VVD en CDA wezen erop dat de precieze vorm van samenwerking onduidelijk is en dat er momenteel geen concrete voorstellen voor gedoogsteun of coalitievorming zijn; het kabinet sloot samenwerking niet formeel uit, maar gaf aan dat er weinig basis voor overeenstemming te verwachten is.
Kort samengevat: het debat maakte zichtbaar dat de Kamer scherper optreedt tegen extreemrechtse ideeën en taal, maar liet ook onduidelijkheid bestaan over politieke consequenties en mogelijke samenwerking met rechts-extremistische georiënteerde fracties.