In de wereldliteratuur speelt zelfdoding steeds een andere rol

zaterdag, 17 oktober 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Teddy Tops onderzoekt hoe literatuur en kunst door de eeuwen heen betekenis hebben gegeven aan zelfdoding. Als jonge lezer zocht Tops in het werk van overleden, getormenteerde dichters naar grote emoties en herkenning. Inmiddels vraagt de auteur zich minder af wat een kunstwerk over sterven betekent en meer wat het bij lezers teweegbrengt. Die verschuiving weerspiegelt een bredere verandering: zelfdoding wordt tegenwoordig vooral benaderd vanuit risicobeheersing en preventie, terwijl vroeger vaker werd gezocht naar de maatschappelijke, politieke of religieuze betekenis ervan.

Aan de hand van uiteenlopende voorbeelden laat Tops zien hoe sterk die betekenis per cultuur en periode verschilt. De Chinese dichter en minister Qu Yuan, die zich in 278 voor Christus verdronk na de val van zijn vaderland, werd een symbool van loyaliteit en wordt nog altijd herdacht met drakenbootraces. Bij de Japanse schrijver Yukio Mishima woog eer zwaarder dan het leven, terwijl Okonkwo in Chinua Achebes Things Fall Apart juist als schandelijk wordt gezien omdat zijn zelfdoding botst met de waarden van zijn gemeenschap. In Dantes Inferno worden zelfmoordenaars gestraft omdat zij volgens de christelijke leer Gods geschenk van het leven hebben verworpen.

De Australische schrijver Rhett Davis keert dat beeld in zijn roman Arborescence (2025) om. Daar veranderen mensen vrijwillig in bomen om te ontsnappen aan een uitgeputte, hyperkapitalistische samenleving. Wat bij Dante een straf is, wordt bij Davis een bevrijding. Voor Tops raakt dit ook aan collectief verlies, natuur en de behoefte aan een groter verhaal waarin mensen zich kunnen wortelen.

Tops maakt daarnaast onderscheid tussen de betekenis van een werk en het effect ervan op het publiek. Goethes Die Leiden des jungen Werthers uit 1774 werd later verbonden aan een vermeend Werther-effect, waarbij jonge mannen het uiterlijk van de hoofdpersoon overnamen en zelfmoord pleegden. Volgens Tops was de omvang van die navolging waarschijnlijk overdreven en werd het verhaal mede door kerkelijke tegenstanders als gevaarlijk geframed. Goethe kon bij het schrijven niet voorzien welke invloed zijn boek zou krijgen, maar voegde in een latere editie wel een waarschuwing toe om Werthers lot niet na te volgen.

Ook Sylvia Plaths Ariel krijgt een nieuwe betekenis wanneer het effect op lezers centraal staat. De bundel verscheen na haar zelfdoding in 1963 en werd door haar ex-man Ted Hughes samengesteld en gewijzigd. Hij liet onder meer haar hoopvoller eindigende versie, met het gedicht Wintering, achterwege. Daardoor werd de bundel nog sterker gelezen als een artistieke afscheidsbrief. Tops benadrukt echter dat Plaths gedichten niet simpelweg als bekentenissen moeten worden gelezen: hun strakke vorm is ook een vorm van vakmanschap die chaos probeert te dragen.

In de negentiende-eeuwse romans van onder anderen Gustave Flaubert en Leo Tolstoj wordt zelfdoding volgens Tops bovendien een aanklacht tegen de samenleving. Emma Bovary en Anna Karenina sterven niet omdat hun leven geen waarde heeft, maar omdat huwelijk, klasse en beperkte mogelijkheden voor vrouwen hun geen leefbaar alternatief bieden. Albert Camus stelde in 1942 dat zelfdoding het belangrijkste filosofische probleem is, maar concludeerde uiteindelijk dat juist het onder ogen zien van de zinloosheid én het verzet daartegen betekenis aan het leven kan geven.

Tegenover het Werther-effect staat het Papageno-effect, genoemd naar Mozarts personage dat van een zelfmoordpoging wordt weerhouden. Verhalen over herstel, hulp zoeken en overleven kunnen beschermend werken wanneer ze niet de daad zelf, maar de mogelijkheden daarna centraal stellen. In hedendaagse literatuur ziet Tops daarom meer aandacht voor rouw, herstel en nabestaanden. Tegelijkertijd schrijven mensen steeds vaker rechtstreeks over hun eigen suïcidale gedachten, als memoir in plaats van via fictieve personages. Terughoudendheid en openheid zijn beide bedoeld als zorg, maar hebben elk hun beperkingen.

Aan het einde vraagt Tops zich af wat de huidige nadruk op preventie zegt over onze ideeën over de waarde van het leven. De vraag is verschoven van ‘is dit leven de moeite waard?’ naar ‘hoe voorkomen we dat het verloren gaat?’. Dat is volgens Tops enerzijds een egalitaire en nuchtere benadering, maar maakt ook duidelijk hoezeer overleven afhankelijk kan zijn van omstandigheden, steun en soms toeval.

De auteur vermoedt dat hedendaagse makers bovendien voortdurend schrijven onder het oog van een geïnternaliseerd publiek. Die anonieme blik kan samenhangen met sociale media, kunstmatige intelligentie, een nieuw verantwoordelijkheidsgevoel of de kapitalistische overtuiging dat alles maakbaar is. Tops wil zelfdoding niet romantiseren of tot kunst verheffen, maar vindt wel dat er ruimte moet blijven voor schrijvers die het verlangen naar de dood onderzoeken zonder dat hun werk uitsluitend als bewijsstuk of waarschuwing wordt gelezen. De tekst eindigt met een voorkeur voor het hoopvolle beeld uit Plaths oorspronkelijke slot: de bijen vliegen en proeven de lente.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Valentijn Driessen confronteert Bas Nijhuis opnieuw met anonieme brief: 'Nu word je ineens rood, man!'