In de vier grote steden daalt het fijnstofpercentage. Maar de lucht blijft ongezond
In dit artikel:
In Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag zijn de concentraties fijnstof en stikstofdioxide de afgelopen jaren gedaald, maar de verschillen tussen de steden blijven groot en de gezondheidsschade is nog aanzienlijk. Onderzoek van RIVM, regionale GGD’s en omgevingsdiensten en nieuwe meetreeksen laat zien dat beleid op lokaal niveau wél effect kan hebben, maar dat landelijke factoren — en vooral de ammoniakuitstoot van de veeteelt — het probleem mede in stand houden.
Wat is fijnstof en waarom is het zo gevaarlijk?
Fijnstof bestaat uit deeltjes klein genoeg om diep in de longen door te dringen; de allerkleinste (PM2,5) kunnen via de bloedbaan naar organen en zelfs naar de hersenen en ongeboren kinderen reizen. Ze veroorzaken ontstekingen, beschadiging van bloedvaten en dragen bij aan astma, longziekten, hartaanvallen, beroertes en neurologische aandoeningen. Er is geen veilige drempel; luchtvervuiling is volgens de WHO het belangrijkste omgevingsrisico voor de gezondheid in Europa, met naar schatting een half miljoen vroegtijdige sterfgevallen per jaar in Europa.
Bronnen en rol van beleid
In steden is verkeer de belangrijkste bron van fijnstof en vooral van black carbon (roet). Ook huishoudens (bijvoorbeeld houtkachels), industrie, bouw en scheepvaart leveren bij. Daarnaast speelt de landbouw een grote rol via ammoniak uit mest: die reageert in de lucht met stikstofoxiden en zwavel en vormt zo veel van het fijnste PM2,5 in Nederland. Omdat veel bronnen lokaal bestuurbaar zijn (parkeren, milieuzones, houtstookregels, aanbestedingen), hebben gemeenten aanzienlijke invloed — maar zij worden tegelijk beperkt door nationale en Europese kaders en door politieke en maatschappelijke weerstand.
Hoe scoren de vier steden?
- PM10 (grotere deeltjes): Utrecht meet de laagste concentraties, Rotterdam en Den Haag de hoogste (ongeveer 13% meer dan Utrecht). Alle vier zitten onder de striktere EU-norm die in 2030 moet gelden.
- PM2,5 (kleiner, schadelijker): Utrecht staat opvallend slecht en zit rond de toekomstige EU-grens van 10 µg/m3; Den Haag scoort het beste. Amsterdam en Rotterdam laten de grootste dalingen zien.
- NO2 (voornamelijk verkeer): Utrecht is hier koploper met laagste waarden en is de enige van de vier die al onder de nieuwe EU-grens van 20 µg/m3 zit. Rotterdam heeft de hoogste NO2-concentraties — gemiddeld 24,7 µg/m3 — en Den Haag daalt het langzaamst.
De eindscore plaatst Amsterdam en Utrecht bovenaan (meer schoon en grotere verbeteringen), Rotterdam en Den Haag volgen.
Lokale maatregelen en praktijkvoorbeelden
- Den Haag: de GGD-regio Haaglanden concludeert dat inwoners meer gezondheidsschade en lagere levenskwaliteit hebben. Lokale maatregelen zoals een zero-emissiezone stuitten op felle politiekmaatschappelijke weerstand; parkeren per adres is relatief ruim, wat autogebruik vergemakkelijkt. Wethouder Robert Barker benadrukt dat maatregelen gevoelig liggen en pleit voor meer nationale steun en uitbreiding van regels (bijvoorbeeld voor taxi’s en touringcars).
- Rotterdam: de stad zat ooit erg hoog op vervuilingskaarten, maar experimenten met het verminderen van rijbanen bij tunnelrenovatie toonden dat verkeer zich aanpast; dit leverde duidelijk minder vervuiling op. Sinds 2025 is er een zero-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s en wordt walstroom voor schepen aangeboden. Toch blijft NO2 op verkeerslocaties boven de nieuwe norm.
- Amsterdam: sterke verkeerskundige ingrepen, uitbreiding van uitstootvrije zones (vanaf 2025 voor taxi’s, vrachtauto’s, brommers enz.), elektrische veerponten en extra meetpunten tonen effect. Op sommige locaties daalde NO2 van ruim 40 naar ~22 µg/m3.
- Utrecht: progressief beleid met nieuwe milieuzones, een verbod op houtstook vanaf 2030 en sloopregelingen voor oude auto’s. Wethouder Eva Oosters combineert handhaving met inwonersparticipatie en voorlichting over gezondheid.
Gezondheidsimpact in cijfers
In Haaglanden berekent de GGD dat het fijnstof de lucht van inwoners vergelijkbaar maakt met het meeroken van vijf sigaretten per dag; gemiddeld overlijden bewoners er 375 dagen eerder dan bij schone lucht. Jaarlijks worden in die regio honderden hartinfarcten (circa 800), zo’n 200 beroertes en ongeveer 450 gevallen van kinderasma toegekend aan luchtvervuiling.
De rol van de rijksoverheid
Veel betrokkenen — wethouders, ambtenaren, onderzoekers — vinden dat het Rijk en Europa meer moeten regelen. Lokale bestuurders lopen tegen politieke weerstand aan bij ingrijpende maatregelen zoals het beperken van autoverkeer of een nationaal verbod op houtstook. Het Schone Lucht Akkoord (vrijwillig) is volgens experts onvoldoende; striktere landelijke regels (snellere elektrificatie, lagere snelheden, landelijke houtstookverboden, uitbreiding van milieuzones) zouden de verschillen tussen gemeenten verminderen en de gemiddelde levensverwachting verder kunnen verhogen.
Samengevat
Er is vooruitgang: fijnstof en NO2 dalen in de vier grootste steden, mede dankzij lokale maatregelen en schonere voertuigen. Toch blijft de gezondheidsschade groot, mede door landbouwemissies en aanhoudend verkeer in stedelijke gebieden. De kwaliteit van de lucht verschilt per stad en wordt deels bepaald door lokaal beleid, maar effectiever en rechtvaardiger resultaat vraagt om meer dwingend nationaal beleid om gemeenten te ontlasten en uniforme verbeteringen te realiseren.