In de techhoofdstad van India is ook de hond 'geplatformiseerd' - met uitlaatservice, voedingsschema én dierenarts in een app
In dit artikel:
In Bangalore, de snelgroeiende techstad van India, is het bezit van honden uitgegroeid tot een cultureel en economisch fenomeen: steeds meer jonge stedelijke middenklassers zonder kinderen richten hun leven rond een viervoeter, wat een luidruchtige “digital dog economy” heeft doen ontstaan. De term dinkwad (dual income, no kids, with a dog) — oorspronkelijk gemunt in westerse media als variant op het oudere dink — vangt die trend: tweeverdieners die kinderen overslaan maar flink investeren in hun hond.
Data en investeringen maken de omvang duidelijk. Een rapport van Redseer laat zien dat het aantal huisdieren in India tussen 2019 en 2024 steeg van 26 naar 32 miljoen en dat de uitgaven voor huisdieren wereldwijd (in India) opliepen van ongeveer €1,5 miljard in 2019 naar €3,3 miljard in 2024. In het Verenigd Koninkrijk concludeerden cijfers van Guide Dogs dat ongeveer 15 procent van de hondeneigenaren tot de dinkwad-groep behoort en dat 42 procent van hen het krijgen van kinderen uitstelt vanwege hun huisdier.
In reactie op die vraag zijn in steden als Bangalore tal van start-ups ontstaan die een alles-in-één-service leveren via apps: uitlaatservices, voeding- en maaltijdboxen, trimbezoeken aan huis, veterinair advies en online communities. Voorbeelden zijn Sploot (launch 2019) en Supertails (2021). Supertails biedt bovendien on-demand consulten en in sommige regio’s 24-uurslevering van medicijnen, en haalde recent $30 miljoen aan investering op. Oprichters zien huisdieren steeds meer als ‘actief opgevoed’ gezelschap, wat leidt tot terugkerende uitgaven en data-gedreven dienstverlening.
Waarom speelt dit juist in India zo sterk? Antropoloog Payal Arora (Universiteit Utrecht), geboren in Bangalore, wijst op een combinatie van factoren: lange werkdagen in de technologiesector, wonen in kleine appartementen, een cultuur die technologisch optimisme en outsourcing van zorg omarmt, en de wens om een internationaal-georiënteerde levensstijl zichtbaar te maken. Voor sommige stedelingen is een hond een statussymbool — grote, opvallende rassen die niet per se bij het klimaat passen zijn populair omdat ze “tonen” dat je het kunt betalen.
De coronapiek in aanmeldingen voor huisdieren versnelde de beweging; toen veel mensen terugkeerden naar intensieve werkpatronen ontstond behoefte aan platforms die dagelijkse zorg kunnen overnemen. Dat leidt volgens Arora tot een verschuiving richting wat je kunt noemen ‘uitbestede intimiteit’: affectie en verzorging georganiseerd via betaalde diensten en meetbare producten, in plaats van via informele netwerken en fysieke betrokkenheid. In Nederland ziet Arora die platformisering minder: zorg voor honden is daar vaker ingebed in buurtnetwerken en kleinschalige ondernemers.
Tegelijkertijd nuanceert Arora het beeld: voor veel stedelingen biedt een hond juist emotionele stabiliteit in perioden van werkdruk en sociale verkokering. De groei van groepen die bewust zonder kinderen of partner leven — denk ook aan de term Oinkwad (one income, no kids, with a dog) — laat zien dat het begrip ‘gezin’ opnieuw wordt ingevuld, mede dankzij digitale diensten die zorg en connectie mogelijk houden.