In de schaduw van de torens - een reis langs de echo's van 9/11
In dit artikel:
Jacob Hoekman beschrijft hoe de aanslagen van 11 september 2001 niet alleen de Verenigde Staten, maar ook zijn eigen leven en de wereldpolitiek ingrijpend veranderden. Als student zag hij op CNN het tweede vliegtuig de Twin Towers binnenvliegen. Het besef dat het Westen kwetsbaar was en vijanden had die de westerse levenswijze verafschuwden, drong die dag snel door.
Volgens Hoekman lagen de wortels van het jihadisme niet uitsluitend in 2001. Hij wijst op 1979, toen de Sovjet-Unie Afghanistan binnenviel, in Iran een islamitische revolutie plaatsvond en terroristen de Grote Moskee in Mekka bezetten. Toch geloofde het Westen destijds sterk in de wereldwijde overwinning van de liberale democratie. De waarschuwingen van politicoloog Samuel Huntington voor conflicten tussen beschavingen werden grotendeels genegeerd. Met de instorting van de torens verdween ook de westerse zelfgenoegzaamheid.
President George W. Bush beloofde de verantwoordelijken en iedereen die hun onderdak bood, aan te pakken. Minder dan een maand later vielen Amerikaanse troepen Afghanistan binnen en verdreven zij de Taliban, die Osama bin Laden bescherming bood. De Verenigde Staten bleven er twintig jaar; het werd de langste oorlog uit hun moderne geschiedenis. De invasie van Irak in 2003 breidde de gevolgen van de ‘War on Terror’ verder uit en wakkerde in het Midden-Oosten en daarbuiten veel wrok aan.
Ook Europa werd rechtstreeks geraakt. De moord op Theo van Gogh in Nederland, de aanslagen in Madrid in 2004 en Londen in 2005 maakten duidelijk dat jihadisme grensoverschrijdend was en ook onder in het Westen geboren mensen aanhang vond. Hoekman verdiepte zich daarna in de islam en het Midden-Oosten, woonde in een multiculturele wijk in Den Haag en sprak met orthodoxe moslims en een imam die door de AIVD werd gevolgd. Hij benadrukt dat extremisten niet simpelweg als ‘gek’ kunnen worden afgedaan: hun ideologie kan rationeel klinken, juist terwijl zij tot moord leidt.
De Arabische opstanden vanaf eind 2010 vormden een nieuwe uitwerking van de nasleep van 9/11. Miljoenen mensen kwamen in landen als Tunesië, Egypte, Jemen en Syrië in opstand tegen langdurige, autoritaire regimes en het gebrek aan toekomstperspectief. De Amerikaanse ‘Freedom Agenda’ had bij veel jongeren verwachtingen gewekt over democratie en vrijheid, mede dankzij sociale media en Al Jazeera. Tegelijk steunden westerse landen uit angst voor nieuw terrorisme juist autoritaire leiders die hun bevolking streng controleerden. Die tegenstelling versterkte het gevoel van hypocrisie tegenover het Westen.
Na Al Qaida groeide Islamitische Staat uit tot een nog gewelddadiger beweging. Hoekman zag in 2013 in Den Haag jonge radicalen met Taliban- en later IS-symbolen. Sommigen vertrokken naar Syrië, waar zij een islamitische utopie wilden verwezenlijken; anderen kwamen om of belandden in de gevangenis. Onderzoeker Beatrice de Graaf concludeerde op basis van gesprekken met veroordeelde terroristen dat velen op zoek waren naar verlossing en hun gevoel van zinloosheid verbonden aan oorlog en onrecht, vooral in Syrië.
De opkomst van IS viel samen met een grote vluchtelingenstroom en een nieuwe terreurgolf in Europa. Tussen 2014 en 2017 vonden zware aanslagen plaats in onder meer Parijs, Brussel, Nice en Berlijn. Terwijl Europese veiligheidsdiensten overuren maakten en nieuwe militaire interventies het jihadisme moesten bestrijden, verhardden zowel het Midden-Oosten als het Westen. Tegelijk keerden sommige mensen in de regio zich door het geweld af van radicale islam. Sommigen verloren hun geloof, anderen vonden betekenis in het christendom, onder wie ook vluchtelingen die in Europese kerken werden gedoopt.
In de daaropvolgende jaren verschoof het machtsevenwicht. Terwijl het Westen zich concentreerde op soennitisch jihadisme, bouwde Iran een invloedssfeer op via Irak, Syrië, Hezbollah in Libanon en bondgenoten als de Houthi’s en Hamas. Deze zogenoemde ‘As van Verzet’ profiteerde van het machtsvacuüm dat ontstond na de val van regimes en de westerse interventies. Na de Hamas-aanval op Israël van 7 oktober 2023, waarbij bijna 1.200 mensen werden gedood en ongeveer 250 gijzelaars werden meegenomen, breidde het conflict zich uit. De Israëlische oorlog in Gaza kostte volgens de tekst zeker 71.000 Palestijnen het leven en leidde ook tot strijd met Hezbollah en de Houthi’s.
De oorlog tussen Israël, de Verenigde Staten en Iran die op 28 februari 2026 begon, wordt door Hoekman beschreven als de recentste fase van een bredere machtsstrijd. Een snelle regimewisseling in Teheran bleef uit; Iran viel Israël en Arabische Golfstaten aan. Vanuit de Verenigde Arabische Emiraten ervoer Hoekman voor het eerst dat een oorlog niet langer iets was waar hij naartoe reisde, maar iets dat bij hem kwam.
Terugkijkend ziet hij de grootste erfenis van 9/11 in permanente onzekerheid. Oorlogen die terrorisme moesten bestrijden, riepen nieuwe conflicten en reacties op, terwijl de liberale wereldorde zelf onder druk kwam te staan. Toch eindigt zijn verhaal niet uitsluitend somber: naast aanslagen, machtsstrijd en verwoesting ziet hij ook mensen die veerkracht tonen en nieuwe hoop vinden. De schaduw van 9/11 is volgens hem nog altijd lang, maar bepaalt niet noodzakelijk het laatste woord over de toekomst.
Vandaag Inside: Johan Derksen werd pisnijdig op zijn dochter: 'Ik hoorde haar dat zeggen'