In 'De ravijnenvuller' houdt Guido van Heulendonk zijn onhandige 'held' lang overeind
In dit artikel:
In de roman van Van Heulendonk volgen we Eduard Bottelaer, een inmiddels zeventigjarige tweederangsacteur met een mislukte carrière, een verbroken huwelijk en weinig perspectief. Hoewel hij als cynische, nerveuze loser gemakkelijk irritatie zou kunnen oproepen, voorkomt zijn humor dat hij in zelfmedelijden blijft steken. Ook zijn genegenheid voor zijn stokoude tante Mimi maakt hem menselijk.
Mimi wilde vroeger kinderen krijgen, maar dat lukte niet. Omdat ze zelf te oud is voor een reis naar Lourdes, besluit Eduard namens haar naar de bedevaartplaats te gaan. Hij wil bovendien een oude kwetsende opmerking tegenover haar goedmaken. Met een gebedenboekje dat aan Maria moet worden overhandigd, vertrekt hij op reis. De roman verandert daarmee in een roadmovie waarin Eduard, aanvankelijk opnieuw voorzien van een doel, steeds meer op de proef wordt gesteld.
Gaandeweg verliest de reis volgens de recensent aan overtuigingskracht. Eduards onhandigheid begint zich te herhalen en wanneer hij het belangrijke gebedenboekje kwijtraakt, blijft de verwachte wanhoop rond Lourdes grotendeels uit. Daarvoor komt een nieuwe, veel donkerdere verhaallijn in de plaats. Eduard gaat op zoek naar zuster Mechtildis, een oude non wier naam in het boekje staat. Zelfs wanneer hij hoort dat Mimi op sterven ligt, blijft hij zich op die zoektocht richten. Hij probeert te achterhalen wie de non was en welke religieuze geschiedenis achter haar naam schuilgaat.
De zoektocht wordt steeds desolater: Eduard rijdt in cirkels, slaapt op willekeurige plaatsen en krijgt hallucinaties waarin hij een heilige ziet verschijnen. De humor maakt plaats voor ernst en verdwijningsdrang. Volgens de recensent neemt Van Heulendonk zo afscheid van zijn hoofdpersonage, terwijl de aanvankelijke warmte en het beloofde Lourdesgevoel tegen het einde grotendeels verdwijnen.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen confronteert Bas Nijhuis opnieuw met anonieme brief: 'Nu word je ineens rood, man!'