In De Pijp kijken ze er niet van op dat de wijk een 'toeristisch probleemgebied' is: 'Ik voel me vakantieganger in mijn eigen stad'
In dit artikel:
De Pijp is door de gemeente deze week op de lijst gezet van toeristische probleemgebieden: de leefbaarheid staat, net als in grote delen van het centrum, onder druk door massatoerisme. Redenen die worden genoemd zijn de aantrekkingskracht van de buurt — veel eetgelegenheden, de Albert Cuypmarkt, het Sarphatipark en nieuw gemak door de Noord‑Zuidlijn — plus viral horecazaken op TikTok die dagbezoekers trekken.
Ter plaatse schetst de auteur een gemengd beeld. Op het Marie Heinekenplein en Gerard Douplein is zichtbaar toerisme (Engelssprekende groepen, restanten van vrijgezellenfeestjes), maar terrassen kunnen op bepaalde momenten juist leeg ogen. In het Sarphatipark merken bewoners dat veel zonaanbidders niet uit Amsterdam komen; sommige buurtbewoners voelen zich daardoor “vakantieganger in eigen stad”, anderen ervaren vooral het pragmatische nadeel van toegenomen terrassen en rommel.
Kernklachten van inwoners zijn zwerfafval, opengescheurde vuilniszakken, glasscherven en vermoedelijk illegale kortetermijnverhuur. Een omstander vatte de frustratie samen: “Er wordt van alles afgesproken, maar er wordt niets gehandhaafd.” Sommigen wijzen ook op een veranderde sociale samenhang en het stijgen van expat‑invloed; anderen relativeren de overlast en vinden dat toeristen juist nodig zijn voor het economisch voortbestaan van veel cafés en restaurants. Café-eigenaren merken dat toeristen vaak overdag komen en geld uitgeven, terwijl ’s avonds de buurt volgens hen weer door Amsterdammers wordt bezocht.
De reportage laat zien dat de problematiek niet eenduidig is: er is zichtbare vervuiling en geluidsoverlast, maar ook economisch belang en uiteenlopende beleving bij bewoners. De aanwijzing als probleemgebied benadrukt vooral een beleidsvraag: welke maatregelen en handhaving zijn nodig om leefbaarheid te herstellen zonder de lokale economie onnodig te schaden?