In de Mussert-biografie van Auke Kok lijkt landverraad een kwestie van beeldvorming
In dit artikel:
27 mei 2026 (uit nr. 22) — Auke Kok, bekend van een veelgeprezen Cruijff-biografie, publiceerde een levensbeschrijving van Anton Mussert die de recensent snel verslond maar diep teleurstelt. Kok begint sterk: twee hoofdstukken over Musserts Indië-bezoek en een overtuigende schets van de invloed van zijn vader op zijn nationalistische vorming. Die initiële kwaliteit maakt het des te frustrerender dat de biografie vervolgens vooral probeert Mussert te begrijpen in plaats van hem te plaatsen en te beoordelen.
Koks uitgangspunt — geen moraliseren, de feiten laten spreken — mondt uit in empathie en veel vrijplaats voor Musserts eigen framing van zijn daden. De auteur benadrukt Musserts persoonlijke relaties, liefdesbrieven en “menselijkheid”, en recenseert zijn politieke keuzes als naïef of tactisch in dienst van het behoud van een zelfstandige Nederlandse natie onder Duitse overmacht. In interviews en passages in het boek zelf suggereert Kok dat Mussert “belazerd” werd door de Duitsers en dat hij “nauwelijks ingreep” bij misdragingen door NSB’ers; hij spreekt zelfs van een zekere compassie: “Ik kreeg een zekere compassie met hem,” aldus Kok over Musserts laatste momenten.
De recensent wijst er tegenstrijdig op dat deze inlevende aanpak tot opschortingen van moreel oordeel leidt. Kok vult vaak in wat Mussert gedacht of gevoeld moet hebben en volgt geregeld Musserts eigen verklaringen en die van zijn verdedigers zonder kritische tegenweging. Dat levert volgens de recensent een biografie op die Mussert afbeeldt zoals de leider zichzelf het liefst zag: ijdel, hebzuchtig en naïef maar tegelijk vaderlandslievend en verkeerd begrepen — een interpretatie die de auteur van de recensie te mild en incompleet noemt.
Een concreet pijnpunt is de omgang met Musserts antisemitisme. Kok besteedt aandacht aan het escalerende antisemitisme van Mussert maar lijkt de ernst te bagatelliseren: scherpe uitspraken zoals “Zij zullen eenvoudig verdwijnen” en plannen voor de evacuatie van Europese joden naar Guyana (vergelijkbaar met het Madagaskar-plan) worden vooral contextualiseerd of gereduceerd tot een ingenieursoplossing zonder expliciete veroordeling. Evenzo neemt Kok Musserts verdediging over dat hij vermoedelijk niet op de hoogte was van het uiteindelijke lot van gedeporteerde joden, en suggereert dat hij “ten diepste geen antisemiet” was — een conclusie die de recensent onhoudbaar en problematisch vindt.
Ook het thema landverraad komt er bij Kok gematigder uit. Waar deskundigen als Robin te Slaa Mussert al vóór de Duitse inval als verrader zien, neigt Kok ertoe te benadrukken dat Mussert telkens voorwaarden stelde of zijn handelen rechtvaardigde met het argument annexatie te willen voorkomen. Voorvallen als de steun aan het Nederlands-Vlaamse SS-regiment ‘Westland’, de Lunteren-landdag met Luftwaffe-toestel boven het publiek en het cadeau aan Göring krijgen bij Kok verklaringen die samenwerking normaliseren of wegredeneren, in plaats van als duidelijke collaboratie te kwalificeren.
De recensent concludeert dat Kok wel degelijk een poging doet om Mussert “van vlees en bloed” te maken, maar dat die poging onbedoeld neerkomt op een rehabilitatie. Door te veel inlevend te reconstrueren, toont begrip waar scherp historisch oordeel op zijn plaats is. Volgens de recensie ontbreekt daardoor de broodnodige interpretatieve conclusie: het boek laat de lezer met een complex, maar te begripvol beeld van een leider die verantwoordelijk was voor politieke samenwerking met de bezetter en voorgrepen naar beleidslijnen die antisemitsche en criminele consequenties hadden.
Kort gezegd: een vlot en soms schrijnend leesbare biografie die degelijke feitencollages en scènes biedt, maar tekortschiet in morele en historische duiding — en daardoor Mussert te vriendelijk voorstelt.