In de laatste aflevering van zijn fotodagboek beschrijft Hamed Sbeata hoe hij Gaza verlaat
In dit artikel:
Fotograaf Hamed Sbeata legt in zijn slotstuk van een fotodagboek vast hoe hij Gaza verlaat en wat dat vertrek emotioneel betekent. Op 3 juni 2026 staat hij naast zijn moeder bij de bus naar de grens van Rafah met een kleine tas — kleding, papieren, laptop, camera — en een mix van schijnbaar normale beleefdheden terwijl het besef groeit dat hij veel achterlaat: familie, een tent, de zee en alles wat hij liefheeft. In plaats van pure opluchting overheerst schuld: hij gaat weg, anderen blijven.
De tocht naar Rafah is een keten van wachtrijen, papieren en controles. De spanning is tastbaar: één ontbrekend document of één naam die niet wordt afgeroepen kan een hele reis doen stoppen. In Sbeata’s groep wordt iemand achtergehouden aan de Israëlische kant; de bus moet verder en de man blijft. Pas dan ziet hij Palestina buiten Gaza: namen en plekken die hij alleen van kaarten kende — Be’er Sheva, Jericho — en hij kijkt naar een landschap dat voorheen onbereikbaar leek.
Bij de zee ontstaat een kort, pijnlijke moment van stilte: het brede water onder de zon doet bijna onwerkelijk aan in vergelijking met de kust bij Gaza, waar mensen in tenten leven en bang zijn voor regen. Via Jordanië bereikt hij Amman, waar familie hem verwelkomt en hij even kan lachen zonder schrik. Toch keert ’s nachts de realiteit terug: beelden van zijn moeder die de lege plek in de tent binnengaat en de voortdurende vraag of zij heeft gehuild.
Na een paar dagen vliegt hij door naar Italië. Terwijl het vliegtuig opstijgt wordt de afstand tot Gaza fysiek groter, maar de emotionele kloof blijft — zijn leven moet ergens opnieuw beginnen terwijl dierbaren achterblijven. De centrale vraag die Sbeata achterlaat is treffend en universeel: hoe begin je opnieuw als het grootste deel van wat je liefhebt, onverhoopt blijft? Zijn relaas schetst het bureaucratische en menselijke landschap van vertrek — controles, angst en korte momenten van normaliteit — en de blijvende last van familie en verlies.