In de kroeg van Harry van Raam (1937-2026) zat de sigarettenas in de verf en werd zeker geen Heineken geschonken
In dit artikel:
Harry van Raam, eigenaar van het Amsterdamse artiestencafé De Gelaghkamer en later ook actief als acteur en dichter, is op 14 juli overleden. Hij werd 88 jaar. Van Raam was in de jaren zeventig een centrale figuur in het uitgaansleven rond het Amsterdamse theater: in zijn café kwamen onder meer Ramses Shaffy, Pleuni Touw, Hugo Metsers, Kitty Courbois en leden van Don Quishocking over de vloer. Ook cabaretgroep Purper ontstond er. Zijn zoon Henk vertelt dat De Gelaghkamer na sluitingstijd vaak veranderde in een plek waar werd gezongen, geoefend en nieuwe liedjes ontstonden. Van Raam en Shaffy trokken geregeld samen verder door de stad, en ook het lied We leven nog kreeg daar mede vorm. De café-eigenaar, die uit een oud Amsterdams horecageslacht kwam, kocht De Gelaghkamer in 1972 en liet de voormalige drogisterij ombouwen tot een café met een ouderwetse uitstraling. Kort daarna kreeg hij een hersenbloeding, waardoor het vaste publiek uitweek naar een ander café in de buurt. Na zijn herstel ging Van Raam zelf optreden in kleine rollen bij het Amsterdams Volkstoneel en later Nooy’s Volkstheater. Vorig jaar presenteerde hij nog zijn dichtbundel Een ziel met zere voeten in het huidige Bar Shaffy. Omdat hij ernstig ziek was en een euthanasieverklaring had, verliep zijn afscheid volgens zijn familie rustig en in besloten kring.
De Oranjezomer: Dominique Schreinemachers begrijpt verbanning Ronnie Flex en Lil' Kleine bij Vierdaagsefeesten