In 'De kracht van middenmacht' wordt de Nederlandse 'geopolitieke ongeletterdheid' tot mikpunt gemaakt

woensdag, 7 oktober 2026 (13:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

In hun boek *De kracht van middenmacht* waarschuwen hoogleraar Koreastudies Remco Breuker en universitair docent Oost-Aziëstudies Casper Wits dat Nederland geopolitiek te weinig kennis heeft van Oost-Azië. Ze willen het Nederlandse denken en beleid tegenover Japan, Zuid-Korea en Taiwan nadrukkelijk bijsturen. Het boek is geen klassieke wetenschappelijke studie, maar een onderbouwde politieke interventie.

Volgens de auteurs overheerst in Nederland een trans-Atlantische reflex: bij internationale vraagstukken kijkt men automatisch naar de Verenigde Staten, terwijl expertise over China, Japan en andere landen in de regio schaars is. Ze wijzen onder meer op het gebrek aan taal- en regiokennis binnen de politiek en overheid. Daardoor speelt het Nederlandse debat zich volgens hen grotendeels af in een kennisvacuüm.

De bespreking van Zuid-Korea laat zien wat Nederland daardoor mist. De auteurs verbinden de herinnering aan de dictatuur en het bloedbad van Gwangju in 1980 aan de massale protesten tegen president Yoon Suk-yeol, die in december 2024 kort de staat van beleg afkondigde. Zuid-Koreanen zien democratie volgens hen niet als vanzelfsprekend, maar als iets dat voortdurend verdedigd moet worden. Ook behandelen ze maatschappelijke overeenkomsten met Nederland, zoals vergrijzing, hoge huizenprijzen en onderwijsdruk. De technologische verwevenheid is bovendien groot: zonder de machines van ASML zou Samsung volgens de auteurs niet kunnen functioneren.

Japan wordt beschreven als een land dat al jaren doelgericht aan strategische onafhankelijkheid werkt. Nadat China in 2010 de export van zeldzame aardmetalen beperkte, verminderde Tokio zijn afhankelijkheid. Onder premier Shinzo Abe kreeg dit beleid vorm in het concept van een vrije en open Indo-Pacifische regio. Japan bouwde daarmee regionale samenwerkingen op die het land minder afhankelijk maken van de Verenigde Staten, zonder Washington buiten te sluiten.

Taiwan benaderen Breuker en Wits vooral als een samenleving met een eigen geschiedenis en democratische ontwikkeling, niet alleen als inzet van een mogelijk conflict tussen China en de VS. Ze beschrijven hoe koloniale overheersing, militaire dictatuur en politieke onderdrukking uiteindelijk bijdroegen aan democratisering, burgerparticipatie, vrouwenrechten en de invoering van het homohuwelijk in 2019. Die zelfstandige benadering geldt ook voor Japan en Zuid-Korea, die volgens de auteurs te vaak slechts als pionnen in de rivaliteit tussen Washington en Beijing worden gezien.

De kracht van het boek ligt volgens de bespreking in de historische kennis, taalvaardigheid en aandacht voor politieke context. Tegelijk blijft Amerika vaak het belangrijkste referentiepunt en worden de drie landen vooral bekeken vanuit de vraag wat Nederland van hen kan leren. De voorgestelde maatregelen zijn onder meer een parlementaire vriendschapsgroep voor Taiwan, een vrijhandelsverdrag, Nederlandse instituten in Oost-Azië en meer regiokennis in onderwijs en media.

De auteurs pleiten uiteindelijk voor een breed institutioneel ecosysteem voor duurzame relaties met de regio. Daarvoor ontbreekt Nederland momenteel de bestuurlijke capaciteit: de expertise bij Buitenlandse Zaken is schaars, Kamerportefeuilles wisselen snel en kennis is jarenlang afgebouwd. Zolang Nederland vasthoudt aan trans-Atlantische nostalgie, dreigt het volgens Breuker en Wits de geopolitieke verschuiving in Oost-Azië te missen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen schrok tijdens FC Groningen - Ajax: ‘Die kan er helemaal niets van!’