In de film 'The President's Cake' wordt een kind op de proef gesteld als ze een taart moet bakken voor Saddam Hoessein

woensdag, 13 mei 2026 (11:29) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

In The President’s Cake, het speelfilmdebuut van regisseur Hasan Hadi, volgt de camera de negenjarige Lamia (Baneen Ahmad Nayyef) begin jaren negentig in Zuid-Irak, kort na de inval in Koeweit. Haar klasopdracht is volgens de schoolautoriteiten onmiskenbaar politiek: bak een verjaardagstaart voor Saddam Hoessein. De leraar, een militaire overtuigde, legt met brutale dreiging uit dat falen ernstige consequenties heeft. Thuis leeft Lamia met haar grootmoeder Bibi (Waheed Thabet Khreibat) en hun haan Hindi, die als constante metgezel vaart in hun lotvoering.

Door westerse sancties zijn basisingrediënten onvindbaar; meel en suiker zijn schaars. Bibi besluit desondanks met Lamia en Hindi per boot de moerassen uit te varen naar de stad om te zoeken. Onderweg citeert Bibi een regel uit de Gilgamesj-mythe die het thema van zuiverheid en spiegeling voorbereidt: Lamia’s onschuld wordt in de loop van de tocht steeds zwaarder op de proef gesteld. De film toont kleine, intieme momenten — Lamia die een rode ballon vindt achterop een vrachtauto — maar ontspoort ook in grimmige confrontaties, onder meer met een man die suiker aanbiedt maar zich als bedreigende smeerlap openbaart.

Hadi verwijst expliciet naar Jafar Panahi’s The White Balloon (1995), zowel qua toon als motief van kinderlijk verlangen, maar plaatst het verhaal in een veel hardere politieke context. The President’s Cake is daarmee een indringend portret van kwetsbaarheid in tijden van geweld en schaarste, en stelt de vraag of Lamia haar puurheid zal behouden en — letterlijk of figuurlijk — haar weerspiegeling zal kunnen terugvinden. Sajad Mohamad Qasem speelt Saeed, een kindvriendje dat in de ontsnappingspogingen een rol speelt.