In de energiecrisis vertrouwt China nog vooral op de eigen steenkool

vrijdag, 17 april 2026 (20:45) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Veel Aziatische landen voelen de pijn van de energiecrisis door de oorlog in het Midden-Oosten: vluchten worden geschrapt, brandstofprijzen lopen op en restaurants sluiten. China ondervindt daarentegen relatief weinig hinder, omdat Peking zich op voorhand op verstoringen heeft voorbereid en stevig heeft ingezet op binnenlandse productie, voorraden en hernieuwbare technologieën.

Na grootschalige stroomuitval in 2022 kreeg “energiezekerheid” prioriteit in de politieke retoriek van Xi Jinping. Provinciale overheden begonnen daarop nieuwe steenkoolprojecten goed te keuren en te bouwen. Naast forse investeringen in wind, zon en andere groene technologieën beschikt China over een strategisch voordeel: enorme steenkoolvoorraden. Steenkool vertegenwoordigt nu meer dan de helft van het energieverbruik en fungeert als buffer tegen schommelingen op de oliemarkt.

China importeert ongeveer twintig procent van zijn energie—voornamelijk olie en gas—maar heeft ondertussen voor circa drie maanden aan olie- en gasreserves aangelegd. Die combinatie van voorraden, binnenlandse brandstofproductie en elektrificatie van de economie maakt het land minder kwetsbaar voor de scherpe prijsstijgingen die andere Aziatische landen nu voelen.

Steenkool wordt vooral gebruikt voor elektriciteitsopwekking, en die elektriciteit voedt een economie die steeds meer elektrificeert: elektrische auto’s, airconditioning en industriële processen. Daarnaast wordt steenkool in groten getale ingezet in de petrochemische industrie, onder andere om kunstmest te produceren—een methode die duurder en vervuilender is dan op olie gebaseerde processen, maar die China nu helpt onafhankelijker te blijven. Landen als de Filipijnen vragen inmiddels bij China aan voor kunstmest.

De steenkoolindustrie is economisch cruciaal in regio’s als Shanxi, dat ongeveer een derde van China’s steenkool levert. In de mijnstad Datong werken veel mannen decennia lang onder gevaarlijke omstandigheden; de lonen (ongeveer €650–€750 per maand) en het gebrek aan alternatieven houden hen vast in het vak. Tegelijk worstelen lokale overheden met de milieugevolgen, stijgende winningkosten en tekenen van uitgeputte mijnen.

Energiespecialisten, zoals Gao Yuhe van Greenpeace China, wijzen erop dat kolen de acute schok dempen maar geen duurzame oplossing vormen. Voor echte onafhankelijkheid en om klimaatdoelen te halen zal China uiteindelijk moeten overstappen op hernieuwbare energie als kern van het systeem. Tot die omslag volledig is doorgemaakt blijft steenkool echter het vangnet dat China nu beschermt tegen externe energiecrises.