In de bioscoop blijkt dat we eer belangrijker vinden dan je zou denken
In dit artikel:
De Franse oorlogsfilm *De Gaulle: Résistance* kreeg in Nederland weinig aandacht, terwijl het tweeluik in Frankrijk uitgroeide tot een grote bioscoophit. De twee films trokken daar samen bijna vijf miljoen bezoekers, mede dankzij mond-tot-mondreclame onder jongeren. Het tweede deel verschijnt begin september in Nederland. Regisseur Antonin Baudry baseerde zich op de biografie *A Certain Idea of France* van Julian Jackson; Simon Abkarian speelt Charles de Gaulle.
De auteur vergelijkt Baudry’s film met Christopher Nolans *The Odyssey*. Hoewel de films sterk van elkaar verschillen — de ene behandelt de Tweede Wereldoorlog, de andere een mythische Griekse held — zijn het volgens hem allebei historische avonturenfilms die iets zeggen over de huidige samenleving. Ze leggen een ongemakkelijk thema bloot: eerverlies, zowel persoonlijk als maatschappelijk.
De auteur bekritiseert de vele beschouwingen over *The Odyssey* waarin vooral wordt beoordeeld of Nolans keuzes historisch verantwoord zijn. Kunst, stelt hij, is geen geschiedenisles of moreel tribunaal, maar moet het publiek ook persoonlijk raken en aan het denken zetten. In Nolans versie heeft Odysseus met zijn list van het Trojaanse paard weliswaar de oorlog gewonnen, maar daarvoor fundamentele beschavingswaarden opgeofferd. Zijn schuldgevoel en het onvermogen zijn manschappen te beschermen maken dat hij na zijn terugkeer niet langer vanzelfsprekend als koning kan regeren. Hij heeft zijn morele gezag verspeeld.
Bij De Gaulle is de ontwikkeling omgekeerd. Frankrijk heeft in 1940 gecapituleerd: het leger wordt verslagen, Pétain sluit een wapenstilstand met Hitler en zijn Vichy-regering werkt met de Duitsers samen. De Gaulle, een militair zonder machtsbasis, vlucht naar Engeland en houdt vol dat hij het ware, vrije Frankrijk vertegenwoordigt. Voor de geallieerden lijkt hij geregeld een wereldvreemde fantast, maar zijn hardnekkige eergevoel blijkt uiteindelijk een morele kracht. Hij houdt de hoop op Franse vrijheid levend en inspireert anderen om zich tegen de bezetter en collaborateurs te verzetten.
Baudry toont De Gaulle niet als een eenvoudige held, maar als een eenzame, soms komische en zelftwijfelende figuur die ook aan Don Quichot doet denken. De Duitsers blijven in beeld grotendeels gezichtsloos; de kern van het verhaal is niet de strijd tegen een abstract kwaad, maar de vraag hoe mensen en samenlevingen handelen wanneer dat kwaad zich aandient. Wie blijft trouw aan zijn principes, en wie levert die uit opportunisme of vermeende realiteitszin in?
Daarin raken de films elkaar. Beide verzetten zich tegen politiek cynisme, het recht van de sterkste en het idee dat morele principes moeten wijken voor praktisch voordeel. Odysseus erkent uiteindelijk zijn schuld, terwijl De Gaulle zijn morele kapitaal behoudt en na jaren ballingschap kan terugkeren om de eer van Frankrijk te helpen herstellen.
De auteur verbindt dit thema aan de actualiteit. Hij noemt onder meer voormalig premier Dick Schoof, FIFA-voorzitter Gianni Infantino en NAVO-chef Mark Rutte als voorbeelden van bestuurders die volgens hem grenzen laten vervagen of zich opportunistisch opstellen. De films maken zo duidelijk dat eer niet alleen een ouderwets persoonlijk begrip is: ook een gemeenschap kan haar morele kompas en aanzien verliezen wanneer zij intimidatie, geweld of onrecht gedoogt.
De Oranjezomer: Noa Vahle in discussie met Chris Woerts: 'Al die Eredivisie-fans hebben nu de tv uitgezet!'