Conservatieven bijeen op het strijdtoneel tussen pro- en anti-EU
In dit artikel:
In Boedapest vindt vandaag de jaarlijkse conservatieve bijeenkomst CPAC plaats — georganiseerd door een denktank die dicht bij premier Viktor Orbán staat — en mogelijk voor het laatst. De samenkomst trekt Europese en Amerikaanse populistische netwerken die zich verzetten tegen globalisering, 'woke'-cultuur en westerse steun aan Oekraïne, en die veel sympathie hebben voor Donald Trump. Voor Orbán is CPAC een podium om zijn rol als internationale leider van de illiberale beweging te etaleren.
De bijeenkomst valt samen met een pijnlijke achterstand voor Orbáns Fidesz in de peilingen voorafgaand aan de Hongaarse verkiezingen. Dat heeft directe geopolitieke betekenis: Orbán heeft herhaaldelijk EU-besluiten geblokkeerd en houdt momenteel een Europese lening van 90 miljard euro tegen die onder meer hulp aan Oekraïne zou kunnen omvatten. Zijn binnenlandse politiek en retoriek vertonen sinds circa 2010 steeds meer overeenkomsten met het Russische model — denk aan wetten tegen de "promotie" van homoseksualiteit en een hard anti-migratiebeleid — en hij profileert zich als beschermer tegen buitenlandse inmenging.
Tegelijkertijd concurreren mogelijk nieuwe figuren om zijn positie. Péter Magyar van de Tizsa-partij presenteert zich als de niet-gecorrumpeerde versie van het vroegere Orbán: streng over migratie en veiligheid, maar iets minder confrontatoir richting Brussel. Als Magyar wint, zou Rusland een invloedrijke bondgenoot in Europa verliezen. Andere potentiële Kremlin-vrienden op de CPAC-lijst zijn de Tsjechische ex-premier Andrej Babiš en vooral Slowakije’s Robert Fico; laatstgenoemde wordt ook gezien als een dwarsligger in Brussel en meer geneigd tot een pro-Moskou koers.
De Russische staat speelt actief in op de Hongaarse verkiezingen via desinformatiecampagnes. Onder meer het netwerk 'Matryoshka' verspreidt valse filmpjes en manipulatieve boodschappen die erop gericht zijn de Hongaren bang te maken dat steun aan Oekraïne hun energievoorziening en economie schaadt. Dat sluit aan bij Orbáns narratief dat alleen hij Oekraïne kan tegenhouden en dat tegenstanders Brusselgezind of pro-Zelensky zouden zijn. Onderzoekers zoals Tim Bosch en de anonieme Antibot4Navalny wijzen op deze gerichte beïnvloeding.
Een concrete twistpunt is energie: Hongarije ontvangt Russische olie via een pijpleiding door Oekraïne en beschuldigt Kyiv ervan reparaties van beschadigde infrastructuur opzettelijk uit te stellen; Oekraïne zegt dat herstel tijd en geld kost. Orbán kan zijn mediaconcentratie benutten om die verhalen breed te verspreiden, maar zijn campagne scoort matig omdat veel kiezers steeds meer doorzien dat staatspropaganda wordt ingezet.
De verkiezingen zijn dus een keerpunt: blijven Hongarije en zijn leiders zich afkeren van Europese samenwerking en naar machtsblokken buiten de EU kijken, of kiest het land weer voor een constructieve rol binnen Europa? Als de oppositie succesvol is, kan dat ook de toekomst van CPAC in Boedapest veranderen.