Illustrator Martyn F. Overweel appelleerde aan menselijk drama, liefst op het randje van gêne

zondag, 29 maart 2026 (20:31) - Het Parool

In dit artikel:

Martyn F. Overweel, de Nederlandse illustrator bekend om zijn ruw-ogende tekeningen vol zwarte humor en mededogen, is donderdag op 54‑jarige leeftijd overleden. De oorzaak was uitgezaaide kanker die artsen vorig jaar als ongeneeslijk bestempelden; hij had dezelfde ziekte eerder in zijn twintiger jaren overwonnen. In de laatste maanden probeerde hij nog haastig zijn nalatenschap vast te leggen en maakte een selectie uit duizenden werken, maar de door hem beoogde “deadline” heeft hij niet meer gehaald.

Opgeleid aan de Koninklijke Academie in Den Haag, koos Overweel bewust voor analoge middelen: papier, stift en potlood boven werken op de computer. Zijn tekeningen, vaak op stukjes karton of gescheurde bladzijden gemaakt, ogen verweerd en spatten van vuil, alsof ze het rommelige leven zelf weerspiegelen. Terugkerende motieven waren Pruisische helmen, seks en geweld in combinatie met alledaagse details zoals kroketten en bier, plus korte, hoekige tekstballonnetjes die de actualiteit tot een tijdloos embleem reduceerden.

Overweel werkte snel en veel voor kranten en tijdschriften — van Gaykrant en Awater tot National Geographic, Filosofie Magazine en Het Parool — en maakte beeldmerken die breed werden herkend, zoals zijn cover voor de PS van de Week over vliegschaamte. Zijn visuele directheid en bijtende tekst deden denken aan Raymond Pettibon, hoewel Overweel meer precisie en vaak een minder nihilistische inslag toonde. Hij stelde absurde, licht schaamtevolle menselijke drama’s centraal; soms gaf hij zijn tekeningen een historische twist, zoals de coronafilm waarin hij als pestdokter door een vrijwel verlaten Amsterdam dwaalt.

Exposities bij Paradiso en Galerie Van Zijll Langhout toonden dat zijn werk zowel hard als kwetsbaar kon zijn. In zijn laatste werk werd de ziekte explicieter — zelfportretten met een grote K of als opwindpop met de wens ‘I wish I were a machine’ — maar zijn gevoel voor humor en relativering bleef aanwezig. De definitieve titel van het boek dat nu zeker gemaakt moet worden luidde: Ode an die Freude.