Illegale kaalslag in duingebied

zaterdag, 21 maart 2026 (09:32) - De Andere Krant

In dit artikel:

In het Noord‑Hollands duingebied van Bloemendaal tot Hargen (Schoorl) hebben provincie Noord‑Holland, Staatsbosbeheer en PWN de afgelopen jaren op grote schaal beschermd duinbos gekapt en hout als biomassa verhandeld. Volgens een klokkenluider (die onder de naam Gerard optreedt) en ondersteunende Woo‑documenten ligt er een omvangrijke, systematische kaalslag: naar schatting 30.000–35.000 bomen verwijderd, humuslagen afgegraven en afgevoerd, en stammen versnipperd en via binnenvaartschepen naar België vervoerd om daar als pellets of brandstof te eindigen. De ingrepen begonnen rond 2017 en lopen nog door; ook Natuurmonumenten zou meedoen aan de werkzaamheden.

Juridisch knelpunt: volgens de klokkenluider schenden de kapwerkzaamheden de Europese Habitatrichtlijn en de Natura 2000‑aanwijzing. Het officiële Standard Data Form (SDF 2004), dat bij de Europese Commissie is ingediend en waarin het Atlantisch duinbos (habitat H2180) expliciet is opgenomen, fungeert als juridisch bindende nulmeting. Gerard betoogt dat beheersplannen van de provincie deze beschermde bossen uit de kaarten en documenten hebben geschrapt zonder formele wijziging door de Europese Commissie, zonder passende beoordeling, zonder vergunningen en zonder monitoring. Volgens hem mag alleen Brussel een SDF wijzigen; daarvoor bestaat geen besluit. Woo‑reacties van de provincie geven aan dat er voor de projecten geen nulmetingen zijn uitgevoerd en geen passende beoordeling heeft plaatsgevonden, en dat er geen habitatprofielen of interne toetsingsdocumenten bestaan — wat de claim van onrechtmatigheid versterkt.

Tactieken en gevolgen: de beheerders zouden bossen als “aanplant” of “exotenbos” labelen om ze buiten de beschermde waarden te plaatsen. De humuslaag wordt commercieel verhandeld (bijvoorbeeld via tuincentra), en de houtketen is volgens de klokkenluider gevolgd met GPS‑trackers en openbare logistieke systemen: vrachtwagens naar Beverwijk, laden op binnenschepen en doorvoer naar Belgische verwerkers. Gerard stelt dat de ingrepen niet aantonen dat ze bijdragen aan instandhoudingsdoelen van H2180; in tegendeel leiden ze tot verlies van bosstructuur, humusverlies, verdroging, verstoring van fauna en habitatfragmentatie. Experts die de Stichting ter Behoud van het Schoorlse en Noord‑Kennemer duingebied steunen, waarschuwen voor impacts op vleermuizen, nachtzwaluw, boommarter, paddenstoelen, korstmossen, insecten en diverse vogelsoorten.

Financiering en beheer: volgens de klokkenluider profiteren beheersinstanties van subsidies voor zogenaamd “herstel” en zouden miljoenen euros beschikbaar komen voor projecten die op papier gaan over stikstofgevoelige habitatverbetering en biodiversiteit. Uit de bestuurlijke correspondentie blijkt echter dat in subsidierapportages geen onderscheid wordt gemaakt tussen openduinherstel en boskap, wat de verdenking voedt dat subsidiepotjes worden gebruikt voor grootschalige kap zonder toetsing op Natura 2000‑effecten (artikel 6 Habitatrichtlijn, Wet natuurbescherming).

Acties en procedures: Gerard heeft jarenlang Woo‑verzoeken ingediend, dossiers opgebouwd, GPS‑traces aangelegd, en in 2025 zowel een klacht bij DG Milieu van de Europese Commissie (8 augustus 2025) als een strafrechtelijke melding bij het Functioneel Parket gedaan. In het najaar van 2025 vroeg hij gedeputeerden per brief de kap stil te leggen en beheerplannen te bevriezen; hij ontving volgens eigen zeggen geen inhoudelijke reactie. De Stichting en betrokken burgers hebben meerdere keren bij Provinciale Staten en in Den Haag bezwaren ingebracht, maar voelen zich structureel genegeerd.

Wat ontbreekt en wat wordt geëist: volgens de documenten ontbreken toetsbare ecologische onderbouwingen, nulmetingen en monitoring die aantonen dat ingrepen leiden tot verbetering van het habitattype H2180. De provincie kon geen wijzigingsbesluit overleggen dat de aanpassingen zou legitimeren, waardoor de lopende werkzaamheden naar oordeel van de klokkenluider en betrokken experts mogelijk illegaal zijn. Gerard pleit voor onmiddellijke opschorting van alle kap, herstel van humuslagen, herbeplanting met inheemse grove den, zomereik en berk, openbaarmaking van het originele SDF 2004, naleving van Woo‑verzoeken en een onafhankelijke audit en toetsing van alle toekomstige ingrepen in het Natura 2000‑gebied. Ook roept hij provinciale en landelijke politici op om de beheersinstanties terug te fluiten en toezicht door de Omgevingsdienst te versterken.

Context voor lezers: de zaak raakt aan kernvragen van natuurbeheer in beschermde gebieden: in hoeverre mogen beheermaatregelen bestaande habitatwaarden veranderen, hoe strikt gelden Europese aanwijzingen, en hoe transparant moeten subsidiëring en uitvoering zijn? De controverse illustreert spanning tussen lokale beheerders die spreken van 'natuurherstel' en burgers/expertgroepen die daar ernstige ecologische en juridische tekortkomingen in zien. De weerslag van lopende klachten bij EU‑diensten en het Openbaar Ministerie kan bepalend worden voor de toekomst van het Noord‑Hollandse duinbeheer.