Ike uit Frederiksoord vloog van een geheime basis in Rusland naar de Noordpool voor de reis van zijn leven
In dit artikel:
In april 2001 maakte ballonvaarder Ike Visser uit Frederiksoord geschiedenis door als eerste — en vooralsnog enige — Nederlander met een heteluchtballon over de Noordpool te varen. Visser, geboren in Vinkeveen en oprichter van IkeAir (1999), had een onconventionele route naar die prestatie: een onverwachte uitnodiging per e‑mail van een Amerikaan in oktober 2000 leidde tot deelname aan een internationale expeditie die vanuit Moskou zou vertrekken.
Met weinig vlieguren en een krappe voorbereiding moest Visser in een half jaar spullen, sponsoren (onder andere Haglöfs en KLM Cargo) en een oude ballon (PH‑RWB uit 1983) regelen. De logistiek bleek chaotisch: de groep avonturiers werd ’s nachts via een militaire basis naar een gammel Russisch vrachtvliegtuig gebracht dat volgestouwd was met bagage, gasflessen en olievaten. In het vliegtuig gingen een glazen kalasjnikov en wodka rond; stoelen ontbraken en Visser sliep op bagage.
Na een tussenstop via Khatanga en een geheime bijtanktanklandings bereikten ze het kraterige pakijs. De kou was extreem: op het ijs bedroeg de temperatuur ongeveer −35°C en traditionele navigatiemiddelen, zoals het kompas, gedroegen zich vreemd. In het kamp leidde gebrekkige uitrusting bijna tot een drama: enkele Amerikaanse deelnemers werden ernstig getroffen door koolmonoxidevergiftiging door slecht geventileerde kachels, maar allemaal overleefden ze na reanimatie. Ook het vliegweer leek aanvankelijk ongeschikt: de lage temperaturen deden gasflessen in drukverlies lopen, waardoor de ballon niet warm genoeg kon worden.
Visser en de anderen improviseerden. Om de gasflessen op temperatuur te houden legde Visser een stalen fles in zijn slaapzak; met die lichaamswarmte en de branders lukte het uiteindelijk om de ballon te vullen. Tijdens de start sloeg een windvlaag de mand tegen een ijsrichel, waardoor Visser bijna uit de mand tuimelde, maar hij hield zich vast. Daarna steeg de ballon en zweefde hij over een "maanlandschap" van metersdiepe scheuren en kraters in het ijs. Visser maakte twee vluchten van samen ongeveer twee uur en plantte meerdere vlaggen op het pakijs — onder andere die van café‑restaurant De Bospub in Lhee.
De ervaring maakte diepe indruk op Visser. De tocht gaf hem volgens eigen zeggen meer zelfvertrouwen en heeft zijn verdere carrière als ballonvaarder beïnvloed. Hij beschouwt de vlucht niet alleen als een stunt, maar als een persoonlijke ontwikkeling: het durven zeggen "ja" tegen buitengewone kansen. De herinnering aan de adembenemende stilte en het desolate, bevroren landschap draagt hij nog altijd met zich mee.
Tweeëntwintig jaar later staat Visser open voor een herhaling, maar met andere voorwaarden: hij zou liever via Longyearbyen (Spitsbergen) reizen, nooit meer samenwerken met de Russische organisatie van destijds en zijn volgende expeditie koppelen aan een documentaire over het smeltende poolijs en de bedreigde ijsbeer. Met een moderne ballon — zijn speciale “The Head” — ziet hij een nieuwe reis naar het noordelijkste punt als een mogelijkheid om avontuur te verbinden met bewustwording van klimaatproblemen.