Ike uit Frederiksoord vloog 25 jaar geleden met zijn luchtballon over de Noordpool. 'Krankzinnig idee'

dinsdag, 21 april 2026 (10:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In april 2001 vertrok Ike Visser, toen relatief onbekend als ballonvaarder, vanaf een geheim Russisch vliegveld naar het noordelijkste puntje van de wereld en werd daarmee de eerste (en voor lange tijd enige) Nederlander die met een heteluchtballon over de Noordpool voer. De tocht ontstond uit een onverwachte e‑mail van een Amerikaan die een perswaardige poolexpeditie organiseerde; Visser, die kort daarvoor zijn baan bij Fokker had opgegeven en in 1999 IkeAir had opgericht, zei impulsief ja en had zes maanden om alles te regelen.

De voorbereiding was mager: Visser had rond de tweehonderd vlieguren, moest sponsoren vinden en een oude ballon (PH‑RWB uit 1983) aanschaffen. Met steun van merken als Haglöfs en KLM Cargo vertrok hij naar Moskou, waar de organisatie chaotisch bleek. De groep werd naar een militair vliegveld gebracht; een gammel Russisch transportvliegtuig volgeladen met bagage, gasflessen en olievaten bracht hen in het holst van de nacht naar het pakijs. Aan boord werd vodka rondgereikt, stoelen waren er nauwelijks en er heerste een sfeer van halfslapende spanning.

Op de Noordpool zelf werd de groep geconfronteerd met extreme omstandigheden: temperaturen tot rond −35 °C, verstoorde navigatie (het kompas gedraagt zich daar vreemd) en kwetsbaarheid door de immense leegte tussen kamp en beschaving. Kort na aankomst kreeg een aantal Amerikaanse deelnemers koolmonoxidevergiftiging door gebrekkige kachelopstelling; enkele werden levenloos gevonden en moesten gereanimeerd worden. Vliegen leek aanvankelijk onmogelijk omdat de gasflessen te koud werden en druk verloren, waardoor de ballon niet op temperatuur kwam. Visser bedacht een simpele, bizarre noodoplossing: hij hield een stalen gasfles in zijn slaapzak om die met lichaamswarmte op te warmen zodat de brander genoeg druk kreeg om de ballon te vullen.

Met die improvisatie en een flinke portie geluk wist de bemanning uiteindelijk op te stijgen. Visser maakte twee vluchten van ongeveer twee uur over een “maanlandschap van ijs”: kraters, ribbels en eindeloze witte vlakten. Er waren ook gevaarlijke momenten — de ballon sloeg bijna terug tegen het ijs en hij klom ternauwernood niet uit de mand — maar het uitzicht en de stilte maakten diepe indruk. Terug op het pakijs stak hij, met de vlag van een lokaal café in de buurt, een sigaar op: een moment dat hem sindsdien niet meer is afgenomen.

De ervaring had grote persoonlijke impact: Visser noemt de expeditie een groeimoment dat hem zelfvertrouwen en levenslessen gaf en hem heeft geholpen in zijn verdere carrière als ballonvaarder (onder meer zichtbaar in de tv‑serie Jochem in de Wolken). Zijn devies luidt om kansen te grijpen: “Zeg maar gewoon ‘ja’ tegen dingen.” Decennia later zou hij best terugkeren naar de pool, niet met de Russen maar via Longyearbyen en met de speciale ballon The Head, om een documentaire te maken over smeltend poolijs en verdwenen ijsberen — thema’s die de tocht anno nu een extra urgentie en context geven.