"Ik word niet door de Russen betaald"

donderdag, 5 februari 2026 (15:32) - De Andere Krant

In dit artikel:

“Oekraïne vecht niet voor de vrijheid van Europa!”, roept Gabor Landman tijdens een paneldiscussie in debatcentrum De Balie in Amsterdam op 11 december 2025. Landman, oprichter van de stichting European Language Rights, was gekomen om aandacht te vragen voor wat hij ziet als het onderdrukken van taalminderheden in Oekraïne. De avond, mede georganiseerd door Protect Ukraine en live uitgezonden, stond in het teken van de tweedelige documentaire Konvooi (2025); aan tafel zaten onder anderen auteurs Tommy Wieringa en Jaap Scholten en Volt‑fractievoorzitter Juliet Broersen.

Na vertoning van een fragment uit de documentaire riep Landman vanuit de zaal dat op het T‑shirt van een vrouw in het filmpje nazisymbolen te zien waren — volgens hem een SS‑Odalrune. Hij zegt te hebben geprobeerd het te tonen aan aanwezigen en kreeg daarop een waarschuwing om stil te zijn. Vervolgens werd hij door de organisatoren naar buiten begeleid; hij zegt daarbij door een man te zijn geschopt. De Balie‑directeur Yoeri (in sommige berichten Youri) Albrecht zei tijdens de uitzending dat hij bij Bellingcat navraag had gedaan en dat die organisatie zou hebben bevestigd dat Landman “betaald wordt door de FSB” om tegenwerpingen te maken — een beschuldiging waar Albrecht geen openbaar bewijs voor leverde.

De aantijging werd snel opgepikt: kijkers van de livestream en een aantal media verspreidden de bewering, waaronder het AD, waardoor Landman volgens hem reputatieschade opliep. Landman ontkent elke band met de Russische overheid en zegt dat de beschuldiging bedoeld is hem te beschadigen en zijn geloofwaardigheid bij het verdedigen van minderheidstalen te ondermijnen. Uit bezorgdheid dat de suggestie van samenwerking met de Russen toekomstige rechtszaken of zijn maatschappelijke positie zou schaden, deed hij op 21 januari aangifte tegen Albrecht wegens smaad en laster.

Landman legt zijn actie uit vanuit zijn werk als vertaler en belangenbehartiger van culturele en taalkundige minderheden. Hij hekelt wat hij ziet als een patroon van beleidsregels en sociale druk in Oekraïne die Russisch‑, Hongaars‑ en Roemeenssprekenden terugdringen — van verboden op onderwijs in andere talen tot regels die winkelpersoneel verplicht eerst in het Oekraïens aan te spreken. Die problematiek, aldus Landman, is in het debat over de oorlog verdrongen en verdient volgens hem aandacht, ook in Nederland.

De zaak zet een debat in gang over de rol van De Balie als forum voor open discussie. Landman vindt het debatcentrum niet langer onpartijdig; hij wijst op eerdere, expliciete keuzes van De Balie — onder meer een expositie met een door Oekraïense soldaten buitgemaakte Russische tank in 2023 en het tonen van een NAVO‑logo op de website — en op het feit dat De Balie publieke subsidie ontvangt: ruim 250.000 euro uit rijksmiddelen als onderdeel van de culturele basisinfrastructuur en ongeveer 800.000 euro van de gemeente Amsterdam, naast projectmiddelen, waaronder ook gelden van de NAVO.

De Balie‑woordvoerster gaf aan dat de directeur “niet beschikbaar” was voor commentaar. Bellingcat reageerde evenmin op verzoeken om opheldering. In afwezigheid van hard bewijs van Albrechts bewering blijven de kernpunten van de ruzie: een activist met specifieke zorgen over taalrechten die publiekelijk wordt weggezet als Russische agent, en de vraag in hoeverre debatinstellingen en hun publieke rol zorgvuldig moeten omgaan met beschuldigingen die iemands maatschappelijke positie kunnen schaden.