Ik was elf en zat aangeschoten in lijn 3: in plaats van vruchtensap had mijn vader me per ongeluk Passoã-jus gegeven
In dit artikel:
Zaterdag reed tram 3 na 124 jaar voor de laatste keer door Amsterdam: de directe ov-verbinding tussen Oost en West verdwijnt door een recent herzieningsplan van de Vervoerregio Amsterdam, ondanks een petitie die binnen korte tijd 6.500 handtekeningen verzamelde. De oude lijn — ooit liefkozend ‘lange lummel’ genoemd — had al de Grote Depressie, de Tweede Wereldoorlog en de covidpandemie doorstaan, maar kon niet ontsnappen aan de nieuwe plannen.
Journalist Natascha van Weezel beschrijft in haar column hoe die tram door haar leven liep. Als tienjarig meisje stapte ze er voor het eerst alleen in bij de Ceintuurbaan op weg naar musicalles; een jaar later herinnerde ze zich een onbedoelde Passoã-ervaring na een repetitie. De tram is ook het decor van pijnlijke herinneringen: als puber werd ze er antisemitisch bejegend, maar een voorbijganger kwam haar te hulp. Er zijn ook lichtere scènes: eerste Tinderafspraken, avondjes naar het Concertgebouw, dates naar Bar Bukowski en de Westergasfabriek, en bezoeken aan bioscoop The Movies.
Tram 3 was praktisch in persoonlijke crises: ritten naar OLVG Oost toen haar vader chemo kreeg, en momenten van verdriet zoals de miskraam die zij beleefde terwijl ze in de tram zat. Tegelijk sloot de lijn blijde momenten in: bezoekjes aan het Anna Paviljoen om pasgeborenen te ontmoeten. Bij haar laatste rit, samen met partner en twee zoons om Syrische broodjes te halen en naar het Oosterpark te gaan, drong de bijzonderheid van die gedeelde ruimte tot haar door — een smeltkroes van uiteenlopende mensen en levens.
De column portretteert tram 3 niet alleen als vervoermiddel, maar als sociaal en emotioneel thuis voor generaties Amsterdammers, wier herinneringen nu versnipperd raken met het verdwijnen van de lijn.