'Ik vind het juist leuker als het misgaat', zei een collega | column Maaike Borst
In dit artikel:
Tijdens een kantoorafscheid in een café trekt niet de afscheidsspeech, maar een peuter alle aandacht: in moeders armen peutert ze onbeschaamd aan haar neus, een puur beeld dat de formele sfeer doorbreekt. Daarna is het de beurt aan het gelegenheidsbandje — collega’s die Bruce Springsteen spelen omdat de vertrekkende collega zijn grootste fan is. Muziek roept voor de vertelster sterke jeugdherinneringen op: Springsteen als soundtrack van een huiskamer, playbackshows en een gênant moment dat de onschuld van kindertijd in schaamte veranderde.
Een van de collega’s heeft zelfs ooit met de echte Springsteen op het podium gedanst; dat ene moment blijft makkelijker te vertellen dan de simpele waarheid dat ze het jammer vindt dat die collega vertrekt. Het bandje is niet perfect voorbereid; Springsteen klinkt groter en complexer dan zijn spijkerbroek-imago doet vermoeden. Terwijl de musici zich door de nummers worstelen, hoopt de vertelster dat het kind opnieuw de aandacht zal afleiden, maar het publiek reageert mild en relativerend. Een collega haalt de spanning weg door te zeggen dat het juist leuker is als iets misgaat.
Wat overheerst is weemoed: afscheid voelt definitief, ook al verzachten de aanwezigen dat met lichte beloften om elkaar weer te zien — minimaal bij de volgende kerstborrel. De scène legt een contrast bloot tussen kinderlijke onschuld en volwassen emotie, en toont hoe muziek, kleine momenten en anekdotes de routines van een afscheid menselijker en minder ceremonieel maken.