Ik vind 4 mei belangrijk, juist ook als levende herinnering aan ons falen

vrijdag, 1 mei 2026 (22:03) - Trouw

In dit artikel:

Zo’n tien jaar geleden vraagt de Indiase Reshma aan de auteur hoeveel hindoes er vóór 1947 in zijn geboortestreek in het noorden van het huidige Pakistan woonden. Hij antwoordt aanvankelijk dat er geen waren, maar haar vraag zet hem aan het denken: heeft die tragedie van de partition zijn regio echt overgeslagen, of is er gewoon niet over gesproken? Zijn grootmoeder vult langzaam aan met herinneringen aan een veldje waar hindoes cremeerden, een tempel en een schooltje, en een vallei met een dorp met sikh-bewoners — maar ze zwijgt als wordt gevraagd wat er met die buren is gebeurd.

Die stilte herkent hij in andere verhalen: de grootouders van een Israëlische vriendin die niet durven te zeggen wie hun dorp oorspronkelijk bewoonde, of een Haagse familie die het winkelpand van Joodse buren innam en dit voor hun kleinkinderen verzweeg. Zulke weggelaten verhalen tonen volgens de auteur hoe de “winnaar” het narratief bepaalt en hoe ongemakkelijke historische feiten verdrongen worden.

De auteur koppelt deze persoonlijke zoektocht aan de betekenis van 4 en 5 mei. Voor hem zijn die dagen niet alleen een herdenking van slachtofferschap, maar ook een dwingende herinnering aan collectieve tekorten: het wegkijken, het meewerken aan vervolgingen, het innemen van andermans huizen. De Tweede Wereldoorlog maakte Nederlanders zowel slachtoffers van bezetting als mededaders; die dubbele rol moet telkens opnieuw worden verteld om te voorkomen dat we alleen onze heldendaden herinneren en onze fouten verzwijgen.

Actief herinneren betekent het onrecht bij naam noemen en verantwoordelijkheid nemen waar het pijn doet. Daarom vertelt hij zijn Rotterdamse nichtjes over het verdwenen hindoeschooltje in de geboortestad van hun voorouders, bezoekt met hen struikelstenen op de Brede Hilledijk en legt bloemen bij het monument De Vallende Ruiter. De herdenkingsdagen zijn voor hem en zijn familie relevant omdat elk verhaal van bezetting, onderdrukking, verzet en bevrijding universele betekenissen heeft.

Tijdens de twee minuten stilte spreekt hij een verontschuldiging uit richting de hindoes en sikhs die uit het land van zijn grootouders werden verdreven — niet als persoonlijke schuldbekentenis, maar als erkenning dat ook hun verlies deel is van zijn pijn en van het collectieve geheugen dat gevorderd moet worden.