Ik mopper op iedereen die de natuur bezingt

woensdag, 14 januari 2026 (11:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Ik kreeg een bloemlezing met landschapsgedichten cadeau en raakte er juist gefrustreerd door: al die berken en rivieren begonnen te irriteren zonder dat ik meteen kon zeggen waarom. De schrijver koppelt die verheerlijking van natuur aan een bepaald soort mensen in zijn omgeving — vaak welgestelden met een klein boerenhuisje bij Ransdorp die trots vertellen over de stilte daar of hun langlaufvakanties — en vraagt zich af of die beleving altijd zo exclusief is geweest. Hij denkt terug aan een beeld uit het begin van de twintigste eeuw (Marsman was toen elf) en stelt zich voor dat toen de natuurlijke wereld voor meer mensen toegankelijker was.

Tijdens de kerstuitstap naar familie ziet hij langs de weg een auto-ongeluk; voorbijrijdende automobilisten laten de slachtoffers hulpeloos achter. Die situatie roept de paradox op van het oude Bijbelse beeld van de barmhartige Samaritaan, verplaatst naar een tijd van haast en veiligheid. Tegelijkertijd leest hij ook het tegenovergestelde verhaal: een vrachtwagenchauffeur die zijn vrachtauto inzet om een ongeluk te stoppen en zo een baby redt — een zeldzaam moment van daadkracht temidden van onverschilligheid.

Breed gezien betoogt de tekst dat wederopbouw en modernisering — met Amerikaanse Marshallhulp en de aanleg van rijkswegen na de oorlog — het landschap ingrijpend hebben veranderd: asfalt, distributiecentra en infrastructuur verdringen het leefgebied van dieren. Op de dagelijkse fietsroute naar school passeert hij een veld waar nog smienten, kieviten, futen en in de zomer grutto’s voorkomen, maar ook mensen die de natuur slechts consumeren met oortjes, honden en vapes. Dat voedt bij hem jaloezie en een ontevreden verlangen: hij zou ook die diepe liefde voor landschap willen voelen en echt aanwezig willen zijn in die ruimte.

De tekst eindigt in een winters tafereel: sneeuw valt, alles wordt even stil, maar zelfs dat buitenmoment gaat moeizaam — hij wordt afgeremd door interacties met vreemden en voelt dat iedereen, op zijn manier, gecapituleerd heeft voor de moderne levenswijze. Contextueel: de kolom plaatst persoonlijke observaties tegenover historische ontwikkelingen (zoals de Zuiderzee die veranderde richting IJsselmeer) en bespreekt hoe nostalgische natuurpoëzie soms blind kan zijn voor sociale en ecologische ongelijkheid.