'Ik meende dat Caroline van der Plas en Henk Vermeer wel enigszins betrouwbaar zouden zijn'
In dit artikel:
Columnist Theodor Holman reageert met verbittering op de presentatie van het nieuwe minderheidskabinet — door hem spottend "Jetten Uno" genoemd — en wijst erop dat de vrolijke toon van de ministers hem misselijk maakt. Waar politici elkaar enthousiasme en het "er zin in hebben" toewensen (Heleen Herbert organiseerde zelfs een feestcommissie en er werd samen gospel gezongen), ziet Holman geen enkele reden tot feest: volgens hem zijn beloften hol, politiek is vaak leugenachtig en het nieuwe kabinet is te machteloos om grote problemen aan te pakken.
Holman somt concrete knelpunten op die hij onoplosbaar acht binnen deze middencoalitie: groeiend islamisme waar nauwelijks openlijk over gesproken mag worden, het oplopende woningtekort, toenemende invloed van de EU, een verslechterende zorg, onevenredig zware belastingdruk op laagbetaalden en aanhoudende armoede. Omdat het kabinet in het midden zit en voortdurend compromissen moet sluiten met uiteenlopende partijen, verwacht hij vooral geringe, symbolische maatregelen — pleisters en plakwerk in plaats van echte oplossingen.
Hij uit ook teleurstelling over individuele politici: idealistische houdingen blijken volgens hem vluchtig (hij verwijst naar Rob Jettens eerdere activistische uitspraken en nu zijn terughoudendheid als minister-president) en partijen die kiezers hadden overtuigd door eerlijkheid, zoals BBB met Caroline van der Plas en Henk Vermeer, blijken volgens hem niet te voldoen aan die verwachting. Holman ziet de coalitie als een optisch bedrog: veel retoriek over "vooruitgang" en "aan de slag", maar weinig daadkracht.
De column balanceert op cynisme en bitterheid: in plaats van het gebruikelijke optimisme bij kabinetspresentaties, betuigt Holman wantrouwen jegens politieke ceremonies en voorspelt een periode van middelmatigheid en onbevredigende politiek.