Ik hoorde vreemd gesuis, een huiverig, spookachtig geluid, als dat van een achteruitrijdende Tesla
In dit artikel:
Sylvia Witteman ligt met griep en een zware hoest in bed, de luid spinnende poes op haar borst, wanneer haar 87‑jarige moeder belt omdat ze soep en gehaktballen verwacht. Ondanks het hoesten trekt Witteman zich aan en fietst naar haar moeder. Onderweg wordt ze licht geraakt door een achteruitrijdende Tesla; de bestuurder verontschuldigt zich en raadt haar aan naar bed te gaan. Bij de slager realiseert ze zich dat ze de gehaktballen thuis heeft laten staan en koopt twee slavinken als alternatief, ook daar krijgt ze het advies om te gaan rusten.
Bij haar moeder blijkt de vloer nat door een lek; na telefoontjes wordt uiteindelijk een loodgieter gestuurd die het probleem repareert en eveneens opmerkt dat ze beter binnen kan blijven met zo’n hoest. Witteman kookt niets meer ter plaatse — de hitte in het flatje maakt ademen moeilijk — en zet de slavinken op tafel. Haar moeder stuurt haar terug naar huis vanwege de ‘rothoest’. Thuis zakt ze uitgeput weer in bed, waar de poes direct weer op haar borst kruipt en spint, terwijl de hoest aanhoudt.
De column schetst met droge humor plichtsbesef tegenover een oudere ouder, de kleine ongemakken van stadsleven en hoe anderen telkens haar ziekte opmerken en haar terug naar bed sturen.