'Ik doe wat ik leuk vind.' Choreograaf Marco Gerris verbindt hiphop en dans met klassieke kunstvormen
In dit artikel:
Marco Gerris heeft met ISH Dance Collective het theaterlandschap opgeschud door hiphop, urban dance en urban sports structureel te verankeren in podiumvoorstellingen en ze te koppelen aan klassieke disciplines als ballet en orkestmuziek. Wat ooit begon uit een naïeve ingeving — toen Gerris in 1997 uit België naar Nederland kwam en voorstelde om theater met streetculture te mengen om jong publiek te trekken — groeide in 2000 uit tot zijn eerste ISH-productie en later tot een gerenommeerd gezelschap dat grensoverschrijdende samenwerkingen aangaat.
Gerris’ aanpak is pragmatisch en nieuwsgierig: hij combineert de grove energie van krumping, hiphop en skatermentaal met de vormelijkheid van ballet en de muzikale kracht van orkesten. Die combinatie leverde al meerdere onverwachte matches op: na een brutaal verzoek bij Het Nationale Ballet ontstond in 2015 de coproductie Narnia, gevolgd door GRIMM en Dorian. Met Het Balletorkest en dirigent Joris Nassenstein werkt Gerris nu aan Thor, een familievoorstelling (8+) die klassieke muziek en beweging verenigt en afgeleid is van de Noordse mythen uit de Edda. Thor wordt neergezet niet als machoheld maar als een onhandige, hyperactieve jongen die op zijn eigen manier een held wordt — een karakter dat Gerris laat spreken via uiteenlopende dansstijlen.
In Thor staan orkest en dansers samen op het podium; musici worden onderdeel van de choreografie en bewegen fysiek mee, waardoor muziek visueel zichtbaar wordt. Nassenstein ziet daarin een nieuwe manier om een klassiek repertoire toegang te laten bieden tot ander publiek: het orkest wordt nadrukkelijker en letterlijker aanwezig, zodat geluid en beeld elkaar versterken. Gerris selecteerde voor de voorstelling een eclectische muzikale mix — van Wagner, Stravinsky en Debussy tot Frank Zappa, Quincy Jones en Led Zeppelin, met ook minder bekende werken — om sterke muzikale contrastervaringen te creëren. Aanvullende podiumelementen zijn zang (Noa Koch), spoken word (Gary ‘Duimalot’ Gravenbeek) en dansers die personages incarneren; zo past Lenny Avantaggiato’s krumping bij de rol van het kwaad.
Gerris’ persoonlijke achtergrond verklaart deels zijn veelzijdigheid: opgegroeid in België binnen een gezin dat hem veel vrijheden gaf, leerde hij blokfluit, viool, gitaar en piano en beoefende talloze sporten. Die brede basis en een rebelse instelling maakten hem onverschrokken in het zoeken naar mogelijkheden. Hij vertelt dat hij veel vaker ‘nee’ hoorde dan ‘ja’, maar dat hij kansen greep en soms zelfs moest bluffen om deuren te openen — met resultaat: ISH speelde op Broadway (2006), werkte met het Metropole Orkest (o.a. de Amsterdam750-opening in 2024) en kreeg in recente jaren meerdere prijzen, waaronder de Cultuurfonds Prijs (2020) en een Zwaan; op 17 november ontvangt hij de Johannes Vermeerprijs.
Toch kwam die erkenning niet snel genoeg voor Gerris; hij wijst erop dat het twintig jaar duurde voordat hiphop in instituties serieuzer werd omarmd. Daardoor lopen talenten weg naar het buitenland en blijft structurering in het Nederlandse culturele subsidiestelsel (BIS) een prioriteit voor hem: zicht op structurele steun zou volgens Gerris een overwinning zijn voor hiphop en voor andersdenkenden in het veld. Hij hoopt bovendien een nieuwe generatie kunstenaars op te leiden en ISH als instituut voort te laten bestaan buiten zijn persoonlijke rol.
Kort: Marco Gerris (geboren 1975, Belgisch/Nederlands, opgegroeid in Brasschaat) leidde ISH sinds 2000 naar de voorhoede van crossdisciplinaire podiumkunst. Thor gaat 15 november in première in Rotterdam en speelt daarna op verschillende locaties; ISH blijft zoeken naar nieuwe vormen om publiek en disciplines met elkaar te verbinden.