Ik ben teleurgesteld in Serena, maar dat is ook hypocriet
In dit artikel:
Serena Williams is recentelijk veel gewicht verloren — volgens eigen zeggen veertien kilo — en gebruikt wekelijks een GLP‑1-injectie (bekend onder merknamen als Ozempic). Ze koos hiervoor vooral omdat ze na de geboorte van haar dochters niet het lichaam terugkreeg dat ze wenste, ondanks gezond eten en veel sporten. Haar transformatie zet een groter vraagstuk in de spotlight: waarom hechten we zo veel waarde aan een strak, gespierd post‑pregnancy lichaam en waarom vieren we de natuurlijke zachtheid van vrouwen nauwelijks?
Williams, ooit een icoon die stereotypebeelden over vrouwelijke sporters doorbrak — groot, sterk en dominant — lijkt nu wél te zwichten voor het schoonheidsideaal. Dat roept de vraag op hoe vrij zulke keuzes eigenlijk zijn, temeer daar haar echtgenoot in het bedrijf heeft geïnvesteerd dat dit soort medicijnen produceert. De publieke beoordeling van vrouwenlichamen blijft intens en eenzijdig; voorbeelden uit de wielersport illustreren de dubbele moraal: iemand als Pauline Ferrand‑Prevot wordt bekritiseerd om haar afgetrainde lijf, terwijl extreem mager worden bij mannen (denk aan David Gaudu) vaak als professioneel wordt afgedaan, zonder dezelfde morele veroordeling.
De auteur wijst op de schadelijke effecten van die constante objectivering — niet alleen op individuele vrouwen, maar als onderdeel van een cultuur die geweld en ongelijkheid in de hand werkt. Tegelijk erkent ze haar eigen betrokkenheid: ook vrouwen internaliseren normen (ze verven hun haar, streven naar een jeugdige uitstraling) omdat deelnemen aan de publieke ruimte bijna onvermijdelijk meebrengt aanpassing aan die verwachtingen.