Ik bén Nederland

zondag, 18 januari 2026 (22:08) - Joop

In dit artikel:

Een schrijver met een gemengde koloniale achtergrond reageert fel op haatzaaiers en extreemrechts: hij noemt zijn afkomst — onder meer zwarte wortels via Fort Elmina, Peranakan-Chinese banden, Friese, Indische en Surinaamse lijnen — als bewijs dat hij net zo Nederlands is als wie dan ook. De kernboodschap is duidelijk: hij hoort thuis in Nederland en weigert te wijken voor oproepen om «op te rollen» of het land «blank» te maken.

De tekst zoekt de historische oorzaak van hedendaagse racisme in de koloniale praktijk van de VOC en het winstbejag waarmee Nederland rijk werd. De auteur hekelt hypocrisie: mensen die trots zijn op de VOC en tegelijk ontkennen dat Nederland slavenhandel en koloniale uitbuiting begunstigden; burgers die op 4 mei het verzet gedenkwaardig vinden maar daarna stemmen op politici die anti-migrantenretoriek voeren. Namen als Wilders en Eerdmans worden als voorbeeld van die rechterflank genoemd; ook Desi Bouterse wordt als symbool van langdurige koloniale en postkoloniale bemoeienis opgevoerd.

Politieke verantwoordelijkheid krijgt een directe aanklacht: VVD-politica Dilan Yesilgöz wordt genoemd als iemand die extreemrechtse ideeën salonfähig maakt, terwijl zijzelf zelf migratieachtergrond heeft. De schrijver omschrijft hoe bruine en zwarte Nederlanders structureel worden uitgebuit en toch voortdurend vragen krijgen over hun «Nederlanderschap». Hij wijst erop dat Suriname al vroeg om zelfstandigheid vroeg — met verwijzing naar historici en archieven — maar die onafhankelijkheid lang werd tegengehouden.

De toon is provocerend en persoonlijk: de auteur gebruikt grove taal en symbolische gebaren (twee middelvingers, het zingen van het Wilhelmus) om zijn onbuigzame verbondenheid met Nederland te benadrukken. Het betoog is zowel verontwaardiging als een openlijke verklaring van blijvende aanwezigheid: niet slechts een claim op identiteit, maar een confrontatie met collectieve onthouding over het koloniale verleden.