'Ik ben kapotgemaakt, net als mijn turndroom': Petra werd mishandeld door haar trainer
In dit artikel:
Petra was als kind een fanatiek turntalent dat vanaf haar achtste op regionale en later nationale selectieniveau trainde. Wat aanvankelijk plezier en prestaties bracht — ze werd Nederlands kampioen, deed mee aan een Jeugd-EK, de Jeugd Olympische Spelen en op haar zestiende aan het WK — veranderde in een jarenlange periode van psychische en fysieke mishandeling door haar hoofdtrainer.
De trainer bouwde eerst vertrouwen op en gebruikte die relatie vervolgens om grenzen te overschrijden: constante vernederingen, schelden en uitsluiting waren de norm. Petra beschrijft een geïsoleerde topsportomgeving waarin ouders niet welkom waren, trainingen meer dan dertig uur per week vroegen (vrijwillig en onbetaald), en de coach het gedrag van de turnsters volledig bepaalde. Stil zijn leverde bescherming op; protesteren of huilen werd hard afgestraft. Concrete voorbeelden van misbruik zijn onder meer dat hij haar hardgreep, haar shirt verscheurde, een tien kilo wegende zak op haar schouders gooide en haar een trap in de knie gaf. Eens werd ze vier maanden genegeerd nadat ze zich verzette tegen zijn autoriteit tijdens een toernooi.
Hoewel Petra en anderen prestaties bleven afleveren, werkte het systeem als een sektarische structuur: groepering, isolatie, bewondering voor de succesvolle trainer en een cultuur van wegkijken bij misstanden. Toen haar vader melding maakte bij de turnbond leidde dat tot een oppervlakkig onderzoek en het aanstellen van een mental coach — bedoeld om de prestatie te bevorderen, niet om de trainer echt aan te pakken — waarna de zaak in de doofpot zou zijn beland. Jaren later, toen in 2020 misstanden in de turnwereld breder aan het licht kwamen, durfden meer oud-turnsters zich uit te spreken, maar Petra ervaart dat voor haar weinig is veranderd en dat de vrijspraak van haar trainer juridisch en emotioneel hertraumatiserend was.
De nadelige gevolgen bleven lang na de sportkarrière: Petra kreeg een burn-out, raakte afgestompt en belandde in een gewelddadige relatie — gedrag dat zij later pas als genormaliseerd door de turncultuur herkende. De geboorte van haar zoon in 2012 werd echter het keerpunt; ze beëindigde de relatie, ging Social Work studeren met een specialisatie in kindermishandeling en zag in dat wat haar overkomen was ook onder kindermishandeling valt. Het schrijven van haar boek Door de pijn heen hielp haar therapeutisch afstand nemen van de pijn.
Petra spreekt over blijvende, levenslange sporen van trauma en lichamelijke schade, maar ook over herwonnen autonomie: ze geniet nu van eenvoudige, alledaagse dingen zonder schuldgevoel en houdt de regie over haar lichaam terug. Tegelijkertijd is ze teleurgesteld in de institutionele reactie en waarschuwt ze tegen systemen die jonge sporters gebruiken om te presteren ten koste van hun welzijn.