IJslandse schonen

dinsdag, 1 september 2026 (16:03) - Vogelbescherming

In dit artikel:

Tijdens een periode waarin Nederland en de rest van Europa door hittegolven werden geteisterd, maakte de schrijver bij een aangename 13 graden een vogelreis door IJsland. Het land bood een indrukwekkende kennismaking met vogels die zich aan het koude, open landschap hebben aangepast.

De eerste bijzondere waarneming was een grauwe franjepoot. Bij deze soort zijn de vrouwtjes opvallender gekleurd dan de mannetjes. Bovendien leven ze polyandrisch: een vrouwtje paart met meerdere mannetjes, die vervolgens de eieren uitbroeden en de jongen verzorgen. De vogels zijn niet erg schuw en zijn vaak te vinden bij kleine plassen.

Ook de noordse stern maakte indruk. Deze vogel broedt rond de noordpool en trekt voor de winter naar het zuidpoolgebied, een jaarlijkse reis van ongeveer 30.000 tot 40.000 kilometer. Dankzij het vrijwel permanente daglicht in beide poolgebieden kunnen de sterns lang naar voedsel zoeken. Rusten doen ze in korte hazenslaapjes.

De roodkeelduiker gedraagt zich meestal terughoudend, maar voert in de baltstijd samen met zijn partner een spectaculair waterballet uit. Het paar zingt bovendien duetten met langgerekte tonen. Zijn fluweelgrijze kop, gestreepte nek en roodbruine keel maken hem tot een opvallende verschijning.

Aan de wildstromende Laxá zagen de reizigers een harlekijneend. De woerd, met zijn grijspaarse veren en witte patronen, wist zich goed tussen de rotsen te camoufleren. Ondanks de sterke stroming zwom hij de ongeveer veertig meter brede rivier over. IJsland behoort tot de weinige Europese landen waar deze eend broedt.

De papegaaiduiker was voor de schrijver het hoogtepunt. Door zijn clowneske uiterlijk spreekt de vogel ook niet-vogelaars aan. IJsland telt drie tot vier miljoen broedparen, ongeveer 60 procent van de wereldpopulatie. De monogame vogels keren na de winter op zee in het voorjaar terug naar hun kolonies.

Voor IJslanders is de goudplevier, de ‘lóa’, een symbool van hoop en de komst van de lente. Ongeveer 300.000 paren broeden vooral in het binnenland, maar de vogels werden ook in dorpen en op campings gezien. Ten slotte viel de sneeuwgors op als een van de weinige zangvogels van IJsland. De soort broedt in rotsspleten en trekt in het najaar deels naar Schotland; vogels uit Groenland komen dan juist naar IJsland.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Plastisch chirurg Patrick Tonnard neemt Gerard Joling onder de loep: 'Als ik héél eerlijk mag zijn...'