IJsclubs in Drenthe en Groningen snakken naar asfalt: 'Zonder lukt het bijna niet meer om te schaatsen'

vrijdag, 13 februari 2026 (15:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Door mildere winters vriezen traditionele grasbanen steeds minder vaak goed genoeg om te schaatsen. Daarom leggen ijsverenigingen steeds vaker asfaltbanen aan: die kunnen bij een plotselinge vorst in korte tijd met water worden besproeid zodat er snel een laagje ijs ontstaat. In Tolbert schilderde die aanpak zich eind december gelijk uit: net nadat nieuw asfalt was gelegd, begon het te vriezen en konden vrijwilligers binnen enkele dagen een ijsvloer creëren waar duizenden mensen op afkwamen. IJsmeester Wiebe Cazemier memoreert dat „het water supersnel in ijs veranderde”; bestuurslid Wybe de Boer zegt dat de club in tien dagen vol zat met bezoekers.

De nieuwe Tolberter baan is 360 meter lang en nog niet helemaal af: later dit jaar komt er een toplaag en moet het middenterrein worden ingericht. De motivatie was eenvoudig: op de oude grasbaan, een ondergelopen veld een paar honderd meter verderop, kwam de laatste jaren vrijwel nooit schaatsijs voor—soms nog hooguit een halve dag. „We willen gewoon schaatsen”, aldus Cazemier.

Tolbert is niet uniek; soortgelijke asfaltbanen liggen in Noordlaren en Alteveer, en in Drenthe zijn plannen of al aanleg in plaatsen als Nieuw-Buinen, Gieterveen en Hollandscheveld (vereniging VIOS). Bij VIOS besloten bestuursleden Jan ten Cate en Albert Lok na jaren van terughoudendheid dit jaar resoluut door te pakken: het streefbedrag ligt iets boven de 200.000 euro, en zij hopen via crowdfunding en lokale acties vóór de zomer de helft binnen te halen om grondwerk te kunnen starten en eventueel in het najaar te asfalteren (anders in 2027).

Financiering blijft een aandachtspunt. Tolbert verwacht dat de echte kosten hoger liggen—De Boer schat meer dan een half miljoen euro omdat de constructie op een isolatielaag komt en de bovenlaag witte steentjes bevat om zonnewarmte te weerkaatsen. Die grote som kwam er in Tolbert dankzij de verkoop van het oude ijsbaanterrein: een deel werd door de gemeente aangekocht voor wegverbreding, de rest ging naar een projectontwikkelaar, waarmee de club ineens een forse reserve had. Oude projecten tonen ook andere routes: Alteveer betaalde vijftien jaar geleden circa 350.000 euro met hulp van een Europese subsidie, gemeentelijke bijdragen en veel vrijwilligerswerk.

Praktisch blijft er in Tolbert nog werk: de club wil een eigen put slaan en een sproei-installatie zodat niet bij elke vorst iemand met een trekker rond hoeft. De officiële opening van de baan staat vooralsnog in oktober gepland. De gemeenschappelijke conclusie: asfaltbanen bieden een betrouwbare manier om te blijven schaatsen in warme winters, maar vergen stevige investeringen en veel inzet van lokale gemeenschappen.