Iets prevelen over de liefde, intussen lekker naar de meiden kijken en jezelf heel rebels vinden
In dit artikel:
Het Rijksmuseum laat deze zomer twee heel verschillende Nederlandse iconen zien: tekenaar Fiep Westendorp en fotograaf Ed van der Elsken. In de column wordt vooral ingezoomd op wat hun werk zo herkenbaar maakt en waarom het nog steeds aanspreekt.
Westendorp, bekend van Jip en Janneke, wordt geprezen om haar eigenzinnige, hoekige stijl: haar figuren zijn sober, zwart en uitdrukkingloos, maar juist daardoor krijgen kinderen ruimte om zelf te fantaseren. De auteur benadrukt ook dat Westendorp veel meer deed dan kinderboeken illustreren. Op de vrouwenpagina van Het Parool maakte ze decennialang tekeningen die op een luchtige manier de vastgeroeste rolpatronen voor vrouwen blootlegden, bijvoorbeeld van overbelaste huisvrouwen die huishouden en betaald werk tegelijk moesten combineren.
Daarna volgt Van der Elsken, wiens foto’s bijna net zo beroemd zijn als Westendorps tekeningen. Hij legde vaak jonge vrouwen vast op straat: in Amsterdam en andere plekken, vaak uitdagend, nonchalant of juist zichtbaar ongemakkelijk. De columnist schetst hem als een flamboyante, zelfbewuste man die zich graag rebels presenteerde, maar ondertussen vooral genoot van het bekijken en fotograferen van meisjes en jonge vrouwen.
De kern van het stuk is dat deze twee tentoonstellingen samen een opvallend contrast vormen: Westendorp wordt neergezet als speels en empathisch, Van der Elsken als brutaal en observerend. Beide laten een belangrijk stuk Nederlandse cultuurgeschiedenis zien.
De Oranjezomer: Chris Woerts haalt uit: ‘De KNVB heeft boter op het hoofd!’