Iedereen gaat erop achteruit door plannen nieuwe coalitie
In dit artikel:
Het nieuwe minderheidskabinet van D66, VVD en CDA (benoemd op 23 februari) leidt volgens verschillende analyses en peilingen tot koopkrachtverlies, stijgende armoede en weinig vertrouwen onder de bevolking. Het Centraal Planbureau (CPB) presenteerde op 20 februari een doorrekening op verzoek van de Tweede Kamer: vergeleken met ongewijzigd beleid gaan vrijwel alle huishoudens er op korte termijn netto op achteruit, vooral doordat veel extra geld naar defensie gaat.
Belangrijkste maatregelen en gevolgen
- Extra defensie-uitgaven worden grotendeels gefinancierd via maatregelen die huishoudens en werkenden raken: een hogere eigen bijdrage in de zorg (tot circa €520 per jaar), een jaarlijkse ‘vrijheidsbijdrage’ van ongeveer €425, verlaagde zorgtoeslag en een verlaging van het heffingsvrije vermogen in box 3.
- Pensioenleeftijd/AOW: de AOW-leeftijd stijgt eerst naar 70 jaar en later naar 71,5 jaar.
- Werk en uitkeringen: de WW-periode wordt gehalveerd.
- Voor bedrijven wordt geen nieuwe belasting ingevoerd maar de premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) verhoogd; deze premie is voor alle werkgevers verplicht en wordt dus gebruikt om de extra defensie-uitgaven te dekken, iets wat fiscalisten en critici als oneigenlijk gebruik van sociale premies bestempelen.
- Het CPB concludeert dat de koopkracht de komende vier jaar weliswaar licht stijgt voor vrijwel iedereen, maar minder dan bij voortzetting van eerdere beleidspaden — netto-effect: een verslechtering van welvaart en een toename van het aantal mensen in (relatieve) armoede, waarbij lagere inkomens relatief sterker worden geraakt.
Publieke opinie en vertrouwen
Een representatieve peiling van het Hart van Nederland-panel onder 3.184 deelnemers laat grote maatschappelijke onvrede zien: 33% is positief over het kabinet, 60% negatief. Slechts 25% vindt dat het kabinet recht doet aan de verkiezingsuitslag en 27% voelt zich (enigszins) vertegenwoordigd. Meer dan de helft (51%) voelt zich nu al ‘in de steek gelaten’; onder rechtse kiezers is dat aandeel hoger (69%), maar ook 42% van linkse kiezers geeft dit aan. Slechts 11% verwacht dat het minderheidskabinet de volledige vier jaar blijft zitten; zelfs onder D66-stemmers is dat maar 28%.
Bezwaren en politieke context
Critici wijzen erop dat de coalitieagenda sterk lijkt aan te sluiten bij de Europese beleidsprioriteiten van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, en verwijzen naar onderzoek en berichtgeving die wijzen op contacten tussen EU-toezichthouders, techbedrijven en Nederlandse instanties rond de verkiezingen van 2025. Een artikel van Indepen en een Amerikaans onderzoeksrapport worden genoemd als bron voor de stelling dat er (indirecte) beïnvloeding van de verkiezingen heeft plaatsgevonden. Deze beweringen zijn relevant voor het politieke debat over legitimiteit en externe invloed, maar zijn niet door het CPB onderzocht; het CPB richtte zich op economische effecten.
Kern: wie, wat, waarom, wanneer, waar
- Wie: kabinet D66–VVD–CDA, CPB, Hart van Nederland-panel, critici en onderzoeksmedia.
- Wat: doorrekening van het coalitieakkoord laat koopkrachtverlies en stijgende armoede zien; publieke steun is laag.
- Wanneer: CPB-rapport en doorrekening 20 februari; kabinet benoemd 23 februari; peiling recent rond die periode.
- Waar: Nederland.
- Waarom: extra defensiebudget en uitvoering van delen van de EU-agenda worden grotendeels gefinancierd door lastenverzwaringen voor burgers en werkgevers, volgens de coalitiepolitiek; tegenstanders noemen dit oneigenlijk gebruik van sociale premies en wijzen op maatschappelijke en politieke risico’s.
Conclusie
De combinatie van financiële maatregelen om defensie te versterken en opvallend lage steun in de peilingen schetst een moeilijke start voor het nieuwe kabinet, met een reëel risico op verdere politieke onrust en aanhoudende maatschappelijke tegenstand.