Iedereen bemoeit zich met het Iranbeleid, maar wie is de buitenlandbaas in dit kabinet?

donderdag, 5 maart 2026 (17:31) - Het Parool

In dit artikel:

In de eerste week van het nieuwe kabinet wordt het buitenlandbeleid al gekenmerkt door onderlinge concurrentie tussen bewindspersonen. Centraal staan minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken, CDA) en defensieminister en vicepremier Dilan Yesilgöz (VVD), maar ook premier Rob Jetten (D66) en VVD-fractieleider Ruben Brekelmans profileren zich nadrukkelijk. De aanleiding is de crisis rond Iran; de ontwikkelingen laten zien wie het meest invloed wil uitoefenen op het Nederlandse buitenlandse optreden.

Tijdens een bezoek aan Kyiv stapten Berendsen en Yesilgöz zaterdag gezamenlijk uit de trein, maar Yesilgöz stond opvallend op de voorgrond: zij werd als eerste welkom geheten, schudde als eerste handen met president Zelensky en kreeg de meeste zichtbare aandacht bij formele momenten. Diplomatiek protocol verklaart deels dat zij hoger in rang staat als vicepremier, maar politieke rivaliteit speelt ook mee. Binnen coalitiekringen en op sociale media ontstond verwarring over wie het voortouw heeft in het buitenlandbeleid.

De VVD neemt deze week bewust het woord. Yesilgöz publiceerde via het ministerie van Defensie een Engelstalige en Nederlandstalige verklaring over het Midden-Oosten waarin ze niet alleen militaire aspecten, maar ook zorgen over civiele veiligheid en de invloed van Iran benoemde. Haar toon verschoof in korte tijd van oproep tot terughoudendheid naar twijfel over de haalbaarheid van verdere de-escalatie. Fractieleider Ruben Brekelmans trad veelvuldig op in praatprogramma’s en in het parlement, en bekritiseerde de eerste kabinetsreactie als te zwak; hij stelde dat een stevigere reactie op zijn plaats zou zijn.

Berendsen worstelt met een dubbele rol: hij erkent het gevaar dat het regime in Iran vormt en zegt begrip te hebben voor aanvallen daarop, maar legt ook de nadruk op de internationale rechtsorde en voelt ongemak bij acties die daar moeilijk mee te verenigen zijn. Premier Jetten nuanceerde vanaf het D66-congres en vanuit Brussel weer openlijk, waarmee nieuwe verschillen in woordkeuze zichtbaar werden.

Ambtenaren benadrukken dat officiële documenten soms gezamenlijk en eensgezind worden ondertekend — zoals de Kamerbrief over Nederlandse steun aan Frankrijk — maar diplomaten uitten zorgen dat interne positionering en mediagebruik het buitenlandse optreden kunnen ondermijnen. Voormalige bewindslieden signaleren een structurele kentering: waar vroeger Buitenlandse Zaken het buitenlands beleid leidde, spelen nu ook defensie en de premier veel actiever een rol, wat ruimte creëert voor machtsstrijd en onduidelijkheid in de lijn naar buiten.