Ieder met een beetje gezond verstand over vergrijzing en het zorginfarct weet: Bouw voor oud
In dit artikel:
Woningtekort, vergrijzing, eenzaamheid en stijgende zorgkosten worden vaak als afzonderlijke problemen behandeld, terwijl ze volgens verschillende experts sterk met elkaar samenhangen. Voorbeelden uit Grolloo, Deventer, Papendrecht, Oudewater en Noord-Limburg laten zien dat andere woonvormen, sterke sociale netwerken en samenwerking tussen zorg, gemeenten en ruimtelijke ordening het welzijn kunnen verbeteren én zorgkosten kunnen verlagen.
In het Drentse Grolloo vormt het dorpshuis Markehuis het middelpunt van een nieuw hofje met twaalf huurwoningen voor mensen vanaf 55 jaar. De woningen werden gerealiseerd door de stichting GrollooZorgt, die wil dat inwoners langer gezond en zelfstandig in hun dorp kunnen blijven wonen. De ingang van het dorpshuis is naar het hofje verplaatst, zodat bewoners gemakkelijk deelnemen aan het dorpsleven. Er is bewust geen aparte ontmoetingsruimte in het hofje: bewoners hoeven niet voortdurend op elkaar aangewezen te zijn, maar komen andere dorpsbewoners tegen in het gezamenlijke dorpshuis.
De woningen zijn inmiddels bewoond door mensen uit Grolloo en de omgeving. De helft komt uit het dorp; de anderen hebben een band met de regio. De bewoners zijn tussen de zestig en boven de negentig jaar oud. GrollooZorgt koos nadrukkelijk niet voor het concept van een Knarrenhof en noemt het hofje geen Knarrenhof, maar de uitgangspunten lijken op elkaar: zelfstandig wonen in een omgeving waar buren elkaar kennen en kunnen helpen. Anders dan bij veel Knarrenhofjes zijn alle woningen huurwoningen. Daardoor houden de stichting en lokale verhuurders invloed op de toewijzing en blijft het hofje onderdeel van de gemeenschap.
De behoefte aan zulke woningen is groot. In Grolloo moesten ouderen eerder op hoge leeftijd verhuizen naar plaatsen als Rolde of Gieten, waardoor zij hun sociale netwerk verloren. Na jaren overleg, financiering en voorbereiding kon in 2024 de bouw van het hofje beginnen. Ook landelijk is de belangstelling voor woonvormen voor ouderen enorm. De eerste Knarrenhof opende in 2018 in Zwolle. Inmiddels zijn er dertien gerealiseerd en twintig in ontwikkeling, terwijl ruim zeventigduizend mensen belangstelling hebben voor in totaal ongeveer drieduizend beschikbare plaatsen. In Deventer kwamen duizend aanmeldingen binnen voor 23 woningen.
Volgens Knarrenhof-oprichter en vastgoedontwikkelaar Peter Prak kunnen seniorenwoningen bovendien de woningmarkt in beweging brengen. Wanneer een oudere verhuist naar een passende, kleinere woning, kan een keten van verhuizingen ontstaan waarbij uiteindelijk meerdere woningen vrijkomen. Toch was in het voorgaande jaar slechts 6,5 procent van de nieuwbouwwoningen specifiek bedoeld voor senioren.
De aanpak in Grolloo gaat verder dan huisvesting. Dorpscoördinator Siny Vink koppelt bewoners en dorpsgenoten aan elkaar voor vervoer, boodschappen, klusjes of gezelschap. Ze helpt ook bij het regelen van ziekenhuisafspraken en thuiszorg. Uit onderzoek van de Aletta Jacobs School of Public Health blijkt dat het aantal huisartsbezoeken sinds haar komst significant is gedaald. Dat leverde volgens de stichting een besparing van 25.000 euro aan huisartskosten op. Een groter gevoel van veiligheid en verbondenheid kan volgens de betrokkenen ook andere zorg- en maatschappelijke kosten beperken.
Daarmee sluit Grolloo aan bij het gedachtegoed van arts en onderzoeker Machteld Huber. Zij ontwikkelde het begrip ‘positieve gezondheid’ als alternatief voor een definitie waarin gezondheid gelijkstaat aan volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn. Volgens Huber is dat uitgangspunt onrealistisch, zeker nu veel mensen met chronische aandoeningen leven. Gezondheid gaat volgens haar ook over het vermogen om met levensuitdagingen om te gaan, zelf regie te voeren, betekenis te ervaren, mee te doen en het dagelijks leven vorm te geven.
Een medische klacht kan daardoor samenhangen met eenzaamheid of gebrek aan zingeving. Huber vertelt over een weduwe die ondanks zware pijnstillers last bleef houden van kniepijn. Nadat de huisarts haar in contact bracht met een kinderdagverblijf, waar zij ging voorlezen, kreeg haar leven meer betekenis. De pijn was er nog, maar beheerste haar leven niet langer. Volgens Huber kan een sociale interventie soms meer effect hebben dan extra medicatie of medische behandeling.
In de regio MooiMaasvallei, op de grens van Noord-Limburg en Oost-Brabant, werken gemeenten, zorginstellingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners samen aan gezondheid en leefbaarheid. De regio vergrijst snel, heeft weinig voorzieningen en kampt met arbeidsmarktkrapte. Daarom verschoven de gemeenten de aandacht van ziektebestrijding naar preventie en een zinvol leven. Wandelpaden, moestuinen, bankjes en lokale netwerken van formele en informele zorg maken deel uit van die aanpak. Onderzoek van de Universiteit Utrecht bestempelde de regio als koploper in de ontwikkeling van regionale gezondheidsnetwerken.
Ook huisarts Hans Peter Jung werkt vanuit deze visie. Met steun van zorgverzekeraar VGZ kreeg hij ruimte voor een abonnementsmodel, waarbij hij een vast bedrag per patiënt ontvangt in plaats van per consult. Daardoor kan hij meer tijd besteden aan de achterliggende behoeften van patiënten. In zijn praktijk leidde dat tot minder consulten en 25 procent minder verwijzingen naar het ziekenhuis. Het succes laat tegelijk een systeemprobleem zien: minder verwijzingen zijn gunstig voor patiënten en zorgkosten, maar kunnen de financiële positie van ziekenhuizen onder druk zetten.
De leefomgeving speelt eveneens een belangrijke rol. Volgens het RIVM vermindert een aantrekkelijke, groene omgeving gezondheidsklachten doordat mensen meer bewegen en elkaar vaker ontmoeten. Dat kan het risico op onder meer hart- en vaatziekten, diabetes, depressieve klachten, kanker, botbreuken en dementie verlagen. Onderzoek in Engeland schatte de mogelijke jaarlijkse besparing door meer beweging en natuurcontact op ruim 2,5 miljard euro. Voor een groot nieuw stadspark in Dordrecht berekende onderzoeksbureau Decisio een potentiële jaarlijkse besparing van 44,5 miljoen euro, onder meer door minder stress en een betere gezondheid.
Architect en stedenbouwkundige Henk Hartzema vindt dat woningbouw en zorg veel meer gezamenlijk moeten worden ontworpen. Bouwplannen richten zich volgens hem te vaak op het aantal woningen, terwijl scholen, parken, zorg, ontmoeting en de gewenste samenleving onvoldoende worden meegenomen. Zorginstellingen zijn op hun beurt dikwijls zo sterk door regels en financiering bepaald dat de kwaliteit van wonen naar de achtergrond verdwijnt.
In de Papendrechtse wijk Kraaihoek bracht Hartzema die werelden samen. De buurt omvat 78 gezinswoningen en 59 levensloopbestendige appartementen voor mensen met een zorgbehoefte. Jong en oud wonen er door elkaar. De wijk is ingericht voor voetgangers, zodat bewoners elkaar ontmoeten en minder mobiele mensen zich vrij kunnen bewegen. Er zijn praktische routes en parkeerplaatsen voor thuiszorgmedewerkers, waardoor reistijd wordt bespaard. De zorgwoningen liggen niet apart, maar aan dezelfde straten als de andere woningen, met bankjes en groen voor de deur.
In Oudewater laat zorginstelling De Wulverhorst zien hoe zorg en gemeenschap in elkaar kunnen grijpen. Directeur Joyce Jacobs verbindt ouderen, mensen met een verstandelijke beperking, vrijwilligers, lokale ondernemers en inwoners van het stadje. Bewoners helpen met huishoudelijke taken, bezorgen post of notuleren bij vergaderingen. Jongeren met een verstandelijke beperking drinken koffie met mensen met dementie. Een lokaal hotel biedt werk aan mensen met een beperking en een deel van de zorgwoningen bevindt zich in een regulier appartementencomplex.
Jacobs koos na haar aantreden in 2017 voor een brede en kleinschalige aanpak, in plaats van een fusie of schaalvergroting. De Wulverhorst biedt uiteenlopende vormen van ondersteuning, van huishoudelijke hulp tot zware dementiezorg, voor verschillende leeftijdsgroepen en doelgroepen. Een lokaal netwerk, het ‘Touwteam’, koppelt mensen die hulp nodig hebben aan dorpsgenoten die willen helpen. Daardoor zijn niet voor elke eenvoudige taak betaalde professionals nodig. De organisatie heeft veel vrijwilligers en kent geen groot personeelstekort, maar moet ieder jaar opnieuw haar financiering en contracten veiligstellen. Het bestaande systeem erkent de meerwaarde van deze werkwijze nog onvoldoende.
Een vergelijking van zorginstelling Kennemerhart illustreert het mogelijke financiële effect van sociale samenhang. Een fictieve oudere man die in een hofje met veel contact woont, kostte in het scenario jaarlijks 19.292 euro aan zorg. Een vrouw met dezelfde leeftijd en zorgvraag, maar in een flat zonder sociaal netwerk, kostte 32.744 euro. Zij had meer thuiszorg en dagbesteding nodig en liep een groter risico op opname in een verpleeghuis, die jaarlijks bijna 70.000 euro kan kosten.
De voorbeelden wijzen volgens de betrokkenen op een andere manier om met vergrijzing en zorg om te gaan. Investeren in passende woningen, groene openbare ruimte, ontmoeting en lokale hulpnetwerken kan eenzaamheid en gezondheidsproblemen verminderen en tegelijk formele zorg ontlasten. De benodigde samenwerking ontstaat echter niet vanzelf: financieringsstromen, regelgeving en organisaties zijn vaak langs sectorale lijnen ingericht. Initiatieven als GrollooZorgt proberen daarom bestuurders, verzekeraars, gemeenten en zorginstellingen stap voor stap te overtuigen. Volgens Roelof Dilling, een van de initiatiefnemers in Grolloo, is het bewustzijn inmiddels groeiende en is de tijd rijp om wonen, zorg en gemeenschap structureel met elkaar te verbinden.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen over nieuwe trainersklus Clarence Seedorf: 'Dit wordt het volgende ongeluk'