ICE: de omstreden immigratiepolitie die Amerika verdeelt
In dit artikel:
Na de dood van twee Amerikaanse burgers staat de immigratiedienst ICE opnieuw fel onder vuur. ICE (Immigration and Customs Enforcement) werd op 1 april 2003 opgericht als onderdeel van een brede herstructurering van de Amerikaanse veiligheidsdiensten na de aanslagen van 11 september 2001. De organisatie valt onder het ministerie van Binnenlandse Veiligheid (DHS) en opereert op federaal niveau, zonder dat gouverneurs van deelstaten toestemming moeten geven voor acties.
ICE bestaat uit twee hoofdonderdelen: Enforcement and Removal Operations (ERO), verantwoordelijk voor opsporing, arrestatie, detentie en uitzetting van personen zonder geldige verblijfsstatus; en Homeland Security Investigations (HSI), dat zich bezighoudt met grensoverschrijdende criminaliteit zoals mensenhandel, cybercriminaliteit, drugssmokkel en wapenhandel. De kritiek concentreert zich vooral op ERO vanwege het zichtbare handhavingswerk.
Agenten voor speciale taken moeten Amerikaans staatsburger zijn, minimaal 21 jaar, een schoon strafblad hebben en medisch geschikt zijn. Training vindt plaats in federale centra en duurt doorgaans drie tot zes maanden; het curriculum omvat immigratie- en strafrecht, verhoortechnieken, tactische scenario’s en vuurwapentraining. Onder president Trump waren er plannen om het personeelsbestand flink uit te breiden; ICE had jarenlang rond de 20.000 medewerkers, maar de aangekondigde groei werd niet volledig gerealiseerd.
De controverse rond ICE draait om vermeend agressieve arrestatiepraktijken, het gebruik van geweld, familiescheidingen, slechte detentieomstandigheden en claims van raciale profilering—waarbij ook legale verblijfsrechten soms over het hoofd zouden worden gezien. Acties met gemaskerde, gevechtskledingdragende agenten zonder duidelijke identificatie versterken de publieke verontwaardiging. Tegenstanders beschuldigen de dienst ervan politiek te worden ingezet, met name onder Trump richting door Democraten bestuurde gebieden. Historisch gezien voerde ook voorgaande presidenten massale uitzettingen uit (ongeveer 10 miljoen onder Bush, 5,3 miljoen onder Obama en ruim 4 miljoen onder Biden), maar protesten tegen methoden en uitvoering zijn in recent jaar opvallend toegenomen, ondanks brede steun in delen van de bevolking voor strengere immigratiehandhaving.
ICE onderscheidt zich van de FBI doordat het onder DHS valt en primair op immigratie en grensoverschrijdende criminaliteit richt, terwijl de FBI onder Justitie valt en een bredere veiligheidsmandaat heeft. Spanningen over bevoegdheden komen regelmatig voor.