Hypotheekrenteaftrek, niet de regeling maar het systeem faalt

vrijdag, 15 mei 2026 (17:54) - Joop

In dit artikel:

De discussie over de hypotheekrenteaftrek is opnieuw opgelaaid in Nederland, niet primair vanwege de fiscale inhoud maar vanwege de uitvoerbaarheid van de regel dat rente maximaal dertig jaar aftrekbaar is. Politiek liggen de meningen uiteen: de meeste partijen zien verdere inperking als nodig, met onenigheid over tempo en compensatie voor huiseigenaren; alleen de VVD houdt zich fel tegen. Dit alles speelt nu, in een context van aangescherpte begrotingsdiscussies en hervormingsdrift.

Formeel wil de dertigjaarsgrens voorkomen dat een tijdelijke fiscale faciliteit structureel wordt; dat argument is begrotingstechnisch verdedigbaar. Praktisch levert de regel echter een administratieve nachtmerrie op. Om vast te stellen of iemand nog recht heeft op aftrek is een compleet historisch overzicht nodig (aankoop- en verkoopdata, oversluitingen, aflossingen, echtscheidingen, verhuizingen, overgangsrecht enz.) over soms dertig jaar. Die informatie is versnipperd: deels bij de Belastingdienst, deels bij (voormalige) hypotheekverstrekkers, notarissen, adviseurs of in papieren archieven bij burgers zelf. Banken beschikken vaak alleen over de huidige lening; de Belastingdienst heeft geen integraal historisch dossier. Desondanks ligt de bewijslast bij de burger.

Die onevenwichtige situatie botst met het vertrouwen in de overheid, zeker na eerdere uitvoeringsfalen (toeslagenaffaire, ICT-problemen). De kern van de huidige ophef is dan ook minder de aftrekregel zelf dan de vraag of het redelijk is dat de staat bewijs eist van gegevens die zij zelf niet beheert.

Als de overheid vasthoudt aan het systeem, vraagt dat volgens critici om een passende infrastructuur: een centraal register met hypotheekhistorie en gebruikte aftrekjaren. Zolang zo’n registratie ontbreekt, is het redelijk om burgers niet volledig aansprakelijk te stellen voor ontbrekende stukken; een coulanceregeling van de Belastingdienst hoort er dan bij als erkenning van eigen systeemfalen. De fundamentele vraag blijft: mag de overheid bewijs eisen dat zij zelf niet op orde heeft? Zolang daarop geen bevredigend antwoord bestaat, is de verontwaardiging onder woningbezitters begrijpelijk.